AmfibieŽn:
Kleine watersalamander

Bron foto: www.natuurfotografie.be

De kleine watersalamander heeft een groenbruine tot donkerbruine bovenkant met grote en iets kleinere donkerbruine vlekken. Bij de mannetjes zijn op de kop 5 tot 7 donkerbruine strepen aanwezig. De buik is gevlekt en heeft op het midden een helder oranje tot rode band. Ook de flanken en de keel zijn gevlekt. Op de onderzijde van de staart is er een licht- tot helblauw streepje te zien, bij de vrouwtjes ontbreekt dit meestal. Zij zijn bijna egaal lichtbruin van kleur met enkele donkerbruine strepen op de rug en flanken. Ze zijn ook iets kleiner dan de mannetjes en hebben geen rugkam. De onderkant van de staart is roodachtig.

Tijdens de paartijd hebben de mannetjes een hoge rugkam en huidzomen aan de achtertenen. De staart krijgt er een rode kleur bij en de blauwe streep wordt duidelijker. Deze salamander kan 10 cm groot worden.

In de tijd dat ze zich op het land bevinden (`s zomers) is de rugkam bij het mannetjes veel minder ontwikkeld maar blijft wel zichtbaar, evenals de roodblauwe tekening aan de onderkant van de staart. Ze meten maximaal 3 tot 5 cm. Vrouwtjes in landvorm bezitten een donkere getande lijn aan beide zijden van het midden van de rug. Niet zelden bezitten ze ook een roodachtige vertebrale lengtestreep. De onderkant van de staart is oranjerood.

De larve van de kleine watersalamander is vrij licht gekleurd en bezit een staarteinde dat geleidelijk versmalt en in een punt uitloopt. Ze is niet te onderscheiden van de larve van de vinpootsalamander.

Oorspronkelijk is de kleine watersalamander een bewoner van laaglanden en steppen. Hij komt het meest voor in ontboste gebieden en in cultuurlanden. Hij leeft in vele zowel water- als landbiotopen. Men vindt hem vooral in ondiepe, onbeschaduwde, doorgaans rijk begroeide, stilstaande waters zoals vijvers, poelen, sloten en greppels, voedselrijke vennen en zelfs veedrinkbakken. Ook nieuw aangelegde poelen en tuinvijvers worden vrij snel gekoloniseerd. Wat landbiotoop betreft vindt men hem in duinen, polders, graslanden (zowel voedselarm als - rijk), heiden, moerassen en bossen in het laagland als in heuvelachtige streken.

De kleine watersalamander heeft de kortste voortplantingsperiode van onze 4 inheemse soorten. De volwassen dieren verlaten dan ook vrij snel het water, namelijk begin mei. De paartijd begint in april en duurt tot einde mei. Na 2 tot 4 weken komen de larven uit de eitjes. Ze metamorfoseren meestal in augustus - september, eerst hebben ze nog kieuwen en later ademen ze net als kikkers met longen en door de huid.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Lissotriton vulgaris
Verspreidingsgebied:
Europa (muv het zuid-westen en hoge noorden)
Voedsel:
Oa. watervlooien, eenoogjes, muggenlarven van dansmuggen en kikkerdril.
Lengte:
Tot 11 cm.
Status:
Algemeen (maar beschermd)

Advertentie

 

 
Alpenwatersalamander
Boomkikker
Bruine kikker
Groene kikker
Heikikker
Kikkers  
Kleine watersalamander
Padden
Pijlgifkikkers
Stierkikker
Vuursalamander
 

Contact
Disclaimer
© Copyright