Insecten:
Honingbij

Fotograaf: Jon Sullivan, www.pdphoto.org

De honingbij is vooral bekend door zijn honing. Oorspronkelijk komt deze soort uit India.

Het lichaam van de bij bestaat uit 3 delen; kop, romp en achterlijf. De vleugels zijn doorzichtig.

Bijen leven in zo genaamde staten. De koningin is het belangrijkste lid van het bijenvolk. Zij wordt een kleine 2 centimeter. Dagelijks legt zij circa 3000 eitjes, geen enkele andere bij kan eitjes leggem. Een koningin kan tot 6 jaar oud worden. Ze kan zelf het voedsel niet naar binnen werken, dus wordt ze gevoerd. De koningin verspreid een speciale (geur)stof waardoor andere bijen haar blijven gehoorzamen en zich niet tot een koningin kunnen ontwikkelen.

Het grootste deel van het bijenvolk bestaat uit werksters. Dit zijn vrouwelijke bijen, die uit bevruchte eitjes komen. Ze hebben afhankelijk van hun ontwikkelingsstadium, verschillende taken. Deze verrichten ze alleen instinctief, vooralsnog wijst alles er op dat zij niet zelf denken.

Het leven van een werkster heeft een duidelijke structuur. De eerste 3 dagen is ze verantwoordelijk voor het schoonhouden van de cellen. Van de vierde tot en met de zesde dag moet ze de larven voeren (deze eten honing en pollen). Na de zesde dag gaan speciale klieren op de kop opzwellen. Hieruit komt vervolgens een voedingsstof waarmee het broedsel van de koningin wordt gevoed. Weer 3 dagen laten verschrompelen deze klieren en ontwikkelen de groeiklieren, met de afscheiding uit deze klieren wordt de honingraat gebouwd.

Als ze weer enkele dagen ouder zijn geworden moeten de werksters pollen en nectar van werkbijen overnemen en naar de cellen van de raat brengen. Door zogenaamd kliersap ontwikkeld de nectar zich tot honing, dit proces vindt plaats in de honingmaag van de werkster. In de honingmaag kan de honing rijpen. Tijdens het proces wordt de honing regelmatig opgenomen en weer teruggeplaatst in de cellen. Honing wordt aan het broedsel gevoerd of opgeslagen als voorraad.

Na een dag of 18 zijn de werksters in een volgend stadium belandt; ze moeten nu de ingang van de bijenkorf gaan bewaken. Vreemde bijen en andere indringers worden uit het nest geweerd. 2 dagen later zijn de werksters ontwikkeld tot bijen die in staat zijn om er op uit te gaan, ze gaan nu stuifmeel, water en nectar verzamelen.

Een bijenkolonie bestaat uit 1 koningin, een stuk of 50.000 werksters en nog enkele honderden darren, de mannetjes. Darren verschillen van de vrouwtjes doordat ze geen angel hebben en niet in staat zijn om voedsel te verzamelen (ze hebben een kortere zuigsnuit en missen het gerei om stuifmeel aan de poten vast te houden). De enige functie die de mannen hebben is de voortplanting, ze worden zelfs door de vrouwtjes gevoed.

Communicatie tussen bijen geschiedt met behulp van zintuigcellen, het betreft hier voornamelijk het zicht en de tast- en reukzin. Via geurafscheidingen laten werksters elkaar weten waar goede voedselbronnen te vinden zijn. Door dansende bewegingen te maken wijzen ze elkaar de weg.

Met hun facetogen, die in de donkere bijenkorf niet worden gebruikt, kunnen de bijen buiten de veelkleurige bloemen waarnemen. Bijen kunnen geen rode kleuren waarnemen. Vandaar dat ze ook niet naar rode bloemen vliegen.

Bijen hebben een biologische thermometer, waarmee ze de tempratuur in de bijenkorf kunnen controleren. Is de tempratuur niet goed, dan moet daar iets aan gebeuren. Als het te koud wordt gaan de bijen die aan de randen van de korf leven krachtig met de vleugels slaan en met hun achterlijf bewegen, hierdoor stijgt de tempratuur in de kern van de korf. Als het 's zomers te warm wordt gieten de werksters water over de raten heen.

In de winter is er geen voedsel en moeten de bijen zien te overleven met de aangelegde voorraden en opgebouwde reserves. Ze verzamelen zich met zijn allen rond de koningin om warm te blijven.

De vrouwelijke bijen beschikken over een angel aan het achterlijf, die is verbonden met een gifklier. Als een mens wordt gestoken laat de angel met gifklier en al los, omdat deze met zeer kleine weerhaakjes in de huid blijft hangen, en zal de bij overlijden. Wanneer een dier wordt gestoken dat geen elastische huid heeft zal de bij de angel er echter weer uit kunnen halen en het voorval dus overleven.

 

 
Honingbij
Libellen
Lieveheersbeestje
Vlinders  
 

Contact
Disclaimer
Copyright