Insecten:
Vlinders

Fotograaf: Luc Viatour, Licensie onder: GNU-licentie voor vrije documentatie

In tegenstelling tot veel andere insecten zijn vlinders zeer geliefd. Ze komen op alle continenten en in alle klimaatzones voor (behalve op Antarctica). Zelfs in Hooggebergten en woestijnen. Met meer dan 100.000 soorten vormen ze de op twee na grootste orde van de insecten.

Vlinders kunnen onderverdeeld worden in grote en kleine vlinders en in dag- en nachtvlinders. Tot de grote vlinders behoren bijvoorbeeld schoenlappers zoals de dagpauwoog (zie bovenstaande foto), tot de kleine vlinders behoren de motten.

Vlinders hebben vier vleugels, deze kunnen allerlei kleuren hebben. Daardoor kunnen we afzonderlijke soorten van elkaar onderscheiden. Het vleugelvlies op zich is doorzichtig. Hierop bevinden zich dakpansgewijs over elkaar heen liggende, gekleurde schubben. Ze bestaan uit platte haartjes en hebben een ovale, ronde of langwerpige vorm. Door lamellen worden onderling door fijne steunbalkjes verbonden. Elke afzonderlijke schub is door een steeltje met het vleugelvlies verbonden. Wanneer de vleugels ergens langs gaan verliezen ze veelal hun schubben.

Enkele soorten hebben slechts weinig kleurschubben. Bij deze is het naakte vleugelmembraan te zien en hun vleugels zijn dus doorzichtig. Het gehele lichaam is met schubben en met haartjes bedekt.

Volgroeide vlinders hebben een roltong waarmee ze plantensappen kunnen opzuigen. Zodra de tong niet wordt gebruikt wordt deze geheel opgerold. Bij enkele soorten is deze zuigsnuit niet instaat voedsel op te nemen. Deze soorten leven van de reservestoffen die ze als rups hebben opgeslagen en ze nemen tot hun dood geen voedsel tot zich, deze soorten leven over het algemeen maar kort, meestal ongeveer een week.

De ogen van vlinders zijn groot en bol. Ze bestaan uit vele duizenden aparte ogen, die samen de facetogen vormen. Aan de dunne voelsprieten bevinden zich de reukorganen. Deze zijn zeer gevoelig. Bij enkele soorten kunnen de mannetjes de geurstoffen, die de vrouwtjes afgeven, op een afstand van meerdere kilometers ruiken.

De smaakzintuigen bevinden zich bij vlinders op de poten, ook deze zintuigen zijn zeer goed ontwikkeld, sommige soorten schijnen 2.000 keer beter te ruiken dan de mens!

Vlinders zijn insecten met vier ontwikkelingsstadia: ei, rups, pop en vlinder. Na het leggen van de eitjes sterven de vlinders vaak snel. Vaak overwinteren vlinders in de pop, sommige komen echter al in de herfst uit en vallen in de winter in een soort winterslaap. Deze periode brengen ze door in beschutte schuilhoeken.

Enkele vlindersoorten zoals de monarchvlinder trekken net als vogels. Vele van hen trekken in zwermen (van duizenden vlinders) naar het noorden of het zuiden, in dit geval van Noord naar Midden-Amerika.

 

 
Honingbij
Libellen
Lieveheersbeestje
Vlinders  
 

Contact
Disclaimer
Copyright