Landzoogdieren:
Berberaap

Fotograaf berberaap mannetje en jong: © Ivan de Bree

Berberapen hebben praktisch geen staart, net als de mensapen en de gibbons. Bij de baby's is altijd nog wel iets te zien dat op een staartje lijkt, maar bij het opgroeien verdwijnt dat stompje al vrij snel in de vacht. Een staart is erg lastig om warm te houden en in het gebied waar Berberapen leven kan het nu eenmaal flink vriezen. Dat gebied is het Atlasgebergte. In dit Noord-Afrikaanse berggebied sneeuwt het vaak in de winter; 's nachts kan het er ook behoorlijk vriezen. Als één van de weinige apensoorten krijgen Berberapen daarom in de winter een warme ondervacht. Dankzij die dichte vacht zijn zij ook goed bestand tegen zeer lage tempraturen, zelfs in het water. Ieder voorjaar verharen ze, iedere herfst groeit er weer een nieuwe ondervacht.

De meeste Berberapen leven dus voornamelijk in het Atlasgebergte dat in Noord-Afrika ligt, op de grens van Marokko en Algerije. Een andere naam voor de Berberaap is 'magot'. Berberapen zijn de enige apen die in het wild ook in Europa voorkomen, al is het dan maar in een heel klein gebiedje. Er leeft namelijk een kolonie Berberapen op de Rots van Gibraltar, het zuidelijkste puntje van Spanje. Deze rots is echter Engels grondgebied. De Berberapen worden daar door de Engelsen goed verzorgd,niet alleen omdat er veel toeristen naar de beroemde apenkolonie komen kijken, maar ook omdat er een mythe bestaat die zegt dat de rots Engels grondgebied zal blijven, zolang de apen er zijn. Vandaar dat Engeland daar nu een speciale 'officier voor apenzaken' heeft, misschien wel een beetje overdreven...

Op het menu staan voornamelijk vruchten, wortels, gras, kruiden, bladeren en boomschors. Maar ze eten zo nu en dan ook insecten. Ze hebben wangzakken, waarin ze heel snel een hele hoop voedsel kunnen proppen om het dan later op een rustige plek op te eten. Dat is handig als je in een groep leeft waarin iedereen elkaars voedsel af wil pakken.

Berberapen leven in groepen die uit 10 tot wel 100 dieren bestaan. In de groep leven meerdere mannetjes en vrouwtjes en beide geslachten houden er hun eigen, onderlinge rangorde op na.

Als een groep te groot wordt, splitst hij zich op, maar verwante vrouwen (oma, moeder, dochter, kleindochter) blijven altijd bij elkaar. Jonge mannetjes verlaten de groep. Er breekt dan een gevaarlijke tijd voor hen aan. Ze zijn alleen, of met een broer of leeftijdsgenoot en wanneer ze een nieuwe groep vinden om zich bij aan te sluiten, kan hun familie ze niet helpen. Hun positie in de groep moeten ze dan helemaal zelf veroveren, en dat gaat vaak met flinke vechtpartijen gepaard.

Rangorde en familierelaties spelen een belangrijke rol bij de Berberapen. Een hoge plaats in de groep heeft allerlei voordelen. Je mag als eerste bij het voedsel zodat je het lekkerste kunt pakken. Je mag altijd in de beste slaapboom slapen en de mannen zullen je beschermen. Zo'n hoge plaats kun je bereiken als je een goed 'politicus' bent, bijvoorbeeld door heel goed met hooggeplaatste dieren op te trekken. Maar ook de plaats van de moeder is belangrijk. Een jong van een belangrijk vrouwtje zal van jongs af aan in de hoogste kringen verkeren. Het erft dus de hoge rang van zijn moeder. Het is in de groepen eigenlijk net ons koninklijk huis.

Omdat Berberapen in gebieden leven met warme en koude seizoenen, vindt bevruchting in de winter plaats, zodat de jongen in het begin van de zomer geboren worden. Dan is er het meest te eten en is de tempratuur wat hoger.

Het pasgeboren jong houdt zich bijna direct stevig aan de buik van de moeder vast, maar moet de eerste dagen nog wel wat ondersteund worden omdat hij nog niet zoveel kracht heeft. Zodra hij sterk genoeg is verhuist hij naar moeders rug. Het jong heeft naar verhouding grote flaporen en een donkere vacht; pas op een leeftijd van een paar maanden krijgt de vacht dezelfde kleur als bij de andere dieren. Al gauw gaan alle leeftijdsgenootjes met elkaar spelen en op onderzoek uit. Ze blijven in ieder geval in de groep totdat ze ongeveer 3½ jaar oud zijn.

Al in de eerste week na de geboorte geeft een moeder haar kind zo nu en dan aan een jong vrouwtje mee. Moeder heeft dan even haar handen vrij en het jonge vrouwtje kan als 'babysit' vast leren hoe ze met een baby om moet gaan. Een mannetje zal ook vaak proberen om een jong mee te pakken (meestal met toestemming van de moeder) zodat hij in de buurt van de leider kan gaan zitten. Hij weet namelijk dat deze hem niet zal aanvallen wanneer hij een baby bij zich draagt. En wanneer hij dichter in de buurt van een leider zit, wordt zijn positie in de groep hoger. Je moet er maar op komen.

Omdat er zoveel afgekibbeld wordt in de groep, is de taal bij de Berberapen erg belangrijk. Het aanstaren en tuiten van de lippen betekend dreigen, als ze smakken zijn ze onderdanig vriendelijk, tanden laten zien en gapen is ook dreigen. Het zijn heel belangrijke elementen voor de communicatie. Maar ook lichaamshoudingen, zoals een mannetje achterstevoren benaderen, onderdanigheid of het krabben op een schouder, een uitnodiging tot vlooien en slaan op de grond wanneer ze kwaad zijn, zijn vaak te zien.

Als mensen wat op hun hart hebben, zich vervelen of elkaar toevallig tegenkomen, praten ze met elkaar. Berberapen praten niet, maar gaan elkaar in zo'n geval vlooien. Dit vlooien is belangrijk voor de onderlinge contacten en de vrede in de groep. Vooral de vrouwelijke apen vlooien veel. Vaak biedt een dier zich aan om gevlooid te worden door erg opvallend, vlak voor iemands neus, te proberen zichzelf te vlooien op een plek waar hij eigenlijk niet bij kan. Vlooien doen apen door de haren uit elkaar te schuiven tot de huid zichtbaar is en dan vervolgens huidschilfertjes, wondkorstjes, vuil en soms een teek te verwijderen. Maar zij vinden bijna nooit een vlo, want gezonde apen hebben over het algemeen geen last van dit ongedierte.

Berberapen behoren tot de 'apen van de Oude Wereld', de smalneusapen.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Macaca sylvanus
Verspreidingsgebied:
Marokko, Noord-Algerije en Gibraltar
Voedsel:
Vruchten, insecten en andere kleine dieren.
Lengte:
50 - 60 cm.
Gewicht:
11 - 15 kg.
Leeftijd:
Tot 20 jaar
Status:
Kwetsbaar

Advertentie