




Fotograaf: Diliff, Licensie onder: GNU-licentie voor vrije documentatie
|
|
|
Grote beren, die wij meestal gewoon 'beren' noemen, zijn roofdieren. Ze leven in de warmste, maar ook in de koudste gebieden op aarde leven. Men treft ze in het hooggebergten aan maar ook in de poolzeeën. Het zijn solitaire dieren.
Er zijn ook kleine beren, waar onder andere de wasbeer en de reuzenpanda ondervallen.
Het lichaam van de beer is groot en gedrongen. Beren hebben een grote kop en korte poten. Ze hebben een dikke vacht in zwart of een bruintint. De voor- en achterpoten hebben vijf tenen met lange, gebogen klauwen, die ze niet kunnen intrekken.
Beren zijn echte alleseters en ze voeden zich met bessen, vruchten, grassen en wortels. Daarnaast jagen ze ook op vissen, kreeften, vogels en zoogdieren. Sommige grotere soorten hebben ook runderen en paarden op het menu staan.
Als er geen natuurlijke holen of rotsspleten voorhanden zijn graven de beren voor de koude wintermaanden een hol in de grond. Deze woning wordt bekleed met bladeren, mos en gras. IJsberen begraven zichzelf onder een dikke laag sneeuw en bouwen daar een hol van.
Een vrouwtjesbeer trekt zich na de paring in een hol terug en krijgt na gemiddeld 4-8 maanden één tot zes jongen. Deze zijn blind bij de geboorte. Ze worden door de moeder gezoogd, verzorgd en beschermd. Al na korte tijd worden ze heel levendig en spelen en dartelen ze naar hartelust.
|