Landzoogdieren:
Edelhert

Foto burlend edelhert (N.P. de Hoge Veluwe): © Ivan de Bree

Het edelhert is de grootste hertensoort van Midden- en West-Europa. Ze komen overwegend voor is loof- en gemengde bossen. De lengte van de vrouwtjes (hindes) bedraagt zo`n 1,7 m. die van de mannetje (bokken) is ruim 2 meter, hij heeft tevens een schofthoogte van ongeveer 1,2 meter.

De vacht van het edelhert is `s zomers egaal roodbruin, `s winters veranderd dat in grijsbruin. Aan de achterkant heeft hij, zoals praktisch alle herten, een witte vlek, spiegel genaamd. Deze wordt gedeeltelijk afgedekt door zijn korte brede staart. De jongen (kalfjes) hebben een witgevlekte vacht.

Het opvallendste kenmerk van de mannetjes is het gewei. Het is een stangengewei dat bestaat uit 12-14 enden (punten). Soms worden ook mannetjes met een gewei van ruim 20 enden waargenomen. De vrouwtjes hebben geen gewei.

Edelherten zijn vooral in de schemering en `s nachts actief. Ze kunnen hard lopen en goed zwemmen. De hinden vormen samen met de nog niet geslachtsrijpe jongen een kleine roedel. Deze staat onder leiding van een oud ervaren wijfje. De mannetjes leven buiten de bronsttijd alleen of in kleine groepen. Tijdens de bronsttijd proberen ze zoveel mogelijk hindes om zich heen te verzamelen en deze tegen andere mannetjes te verdedigen. Tijdens de gevechten vallen de mannetjes elkaar van voren met de geweien aan. Hierbij raken beide vaak zwaar gewond, vooral de verliezer. Een enkele keer gebeurt het dat de twee mannetjes met hun geweien in elkaar vast komen te zitten, als ze zich niet loskrijgen overleven beiden het niet.

Tijdens de paartijd maken de bokken een herkenbaar geluid dat burlen wordt genoemd.

De bronsttijd loopt van september tot half oktober. De kalfjes worden in mei of juni geboren, hierbij zondert de moeder zich af van de roedel. Het kalf kan enkele uren na de geboorte al lopen, maar blijft nog enkele dagen in het struikgewas of tussen het hoge gras liggen. Bij de geboorte heeft het jong witte vlekken, na ongeveer 2 maanden veranderd dit in effen roodbruin. De kalveren worden tot laat in de herfst en soms zelfs t/m de volgende zomer gezoogd.

Op het menu staan grassen, kruiden, bladeren, verse scheuten, boomschors en vruchten.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Cervus elaphus
Verspreidingsgebied:
Europa en AziŽ (geÔntroduceerd in Noord-Amerika)
Voedsel:
Bladeren en gras
Lengte:
1,5 - 2 m, staart: 10 cm, schouderhoogte: tot 1,35 m.
Gewicht:
60 - 190 kg.
Leeftijd:
Tot 25 jaar
Status:
Plaatselijk algemeen

Advertentie