Landzoogdieren:
Eland

Bron foto: www.veluwefotografie.nl

De eland is het grootste hert dat op aarde rondloopt. Hij is heel herkenbaar met zijn grote platte neus en enorme 'schoffelgewei' met karakteristieke brede stukken. Hij voelt zich het beste thuis in uitgestrekte bossen van zacht loofhout met water in de buurt. Hij eet zacht hout en takken en twijgen met sappige bast, moeras- en waterplanten.

Door zijn lange benen en gespreide teenstand is de eland een goede zwemmer; hij zwemt zo een hele zeearm over.

Het mannetje, de stier, is een echte ‘solitair’, hij is het liefst alleen en maakt graag grote zwerftochten. Vanaf september begint de bronsttijd. Dan heeft hij opeens genoeg van het eenzame bestaan, het is tijd om zich voort te planten, dus wil hij een koe. Dat laat hij luidkeels horen. Hij brult om de wijfjes te lokken en met zijn gewei stoot hij luidruchtig tegen bomen. Elandenstieren kunnen in hevige gevechten verwikkeld raken met elkaar om de gunst van een wijfje.

Als het vrouwtje bevrucht is komen na ongeveer 8 maanden 1 ŕ 2 kalfjes ter wereld. Die blijven ongeveer 12 maanden bij de moeder. Als ze 15 maanden zijn zijn ze geslachtsrijp.

Alleen de mannetjes eland heeft een gewei, dat bij 8 jaar op zijn krachtigst is. Ieder jaar opnieuw werpt hij zijn gewei af, vanaf november ongeveer, afhankelijk van de leeftijd (hou ouder hoe eerder). In de zomer zit er dan weer een heel nieuw gewei aan zijn kop, ieder jaar groter en zwaarder. Het blijft een paar weken zacht en fluwelig maar sterft dan af. Het vel dat eromheen zit gaat ook dood. Het begint te jeuken. De stier gaat dan 'vegen', met zijn gewei langs bomen schuren om dat jeukende dode vel kwijt te raken. Daarna heeft hij nog een paar maanden een dood maar keihard gewei op zijn kop waarmee hij goed voorbereid de nieuwe bronsttijd in kan.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Alces alces
Verspreidingsgebied:
Noord-Amerika, Noord-Europa en Azië
Voedsel:
Waterplanten, bladeren, takken, scheuten en boomschors.
Lengte:
2,5 - 3,5 m, schouderhoogte: tot 2,3 m.
Gewicht:
500 - 700 kg.
Status:
Plaatselijk algemeen

Advertentie