Landzoogdieren:
Grijpstaartapen

Fotograaf brulaap: Ivan de Bree

Grijpstaartapen is een verzamelnaam voor een aantal apensoorten in Midden- en Zuid-Amerika. Wolapen, slingerapen, brulapen en spinapen behoren tot deze groep. In Amerika zijn deze, op zichzelf helemaal niet zo grote, grijpstaartapen de grootste apen. De zwaarste grijpstaartaap is de spinaap, van ongeveer 12 kilo. Wolapen en slingerapen wegen zo'n 10 kilo en brulapen zijn met hun 6 tot 7 kilo beslist geen reuzen. Zeker niet als je aan de grootste apen in Afrika en Azi denkt: een orang oetan man weegt al vlug zo'n 90 kilo, en een gorillaman zelfs ruim 200 kilo!

Alle grijpstaartapen hebben als gezamenlijk kenmerk hun gevoelige en handige grijpstaart. Als je een aap met een grijpstaart ziet, dan weet je gelijk dat hij uit Zuid-Amerika komt. Alleen daar leven komen de vier soorten namelijk voor. Hun staart gebruiken ze bij het klimmen als extra hand. Ze kunnen er van alles mee vastgrijpen.

De punt van de staart is aan de onderkant niet behaard. Hiermee kunnen deze apen net zo goed voelen als wij met onze vingertoppen. De voeten kunnen ze net zo gebruiken als de handen.

En waarom hebben uitgerekend deze apensoorten zo'n grijpstaart? Als tamelijk zware apen kunnen ze niet zomaar tot aan het eind van dunne takjes lopen, want die zouden afbreken. En juist daar groeien net de lekkerste vruchten en de jongste sappigste bladeren! Daar willen de apen natuurlijk wl bij kunnen komen. Dankzij hun staarten lukt dat ze ook. Ze kunnen namelijk makkelijk met hun hele gewicht aan hun staart hangen. Ondersteboven hangen ze met hun staart aan een stevigere tak, boven de lekkere vruchten of bladeren. Beide handen en beide voeten hebben ze dan vrij om de lekkerste hapjes te plukken.

Grijpstaartapen komen in grote stukken van Midden- en Zuid-Amerika voor, maar bepaalde ondersoorten komen maar in heel kleine gebieden voor.

Het zijn echte boombewoners. Ze komen liever niet op de grond, want daar leven de grotere roofdieren, die meestal het gevaarlijkst voor ze zijn. Bovendien vinden ze hun voedsel toch in de bomen.

Wat ze eten verschilt per soort. En dat is maar goed ook, want er leven vaak meerdere soorten grijpstaartapen in n gebied. We zeggen dan dat het geen 'voedselconcurrenten' van elkaar zijn. Met andere woorden: ze hoeven geen ruzie met elkaar te maken om het voedsel.

Brulapen eten vooral bladeren. Vooral de wat oudere bladeren zijn moeilijk verteerbaar. Brulapen hebben daar een speciaal aangepaste maag voor. Omdat bladeren maar weinig energie bevatten, zijn brulapen nogal rustige dieren.

Slingerapen zijn lang niet zo kieskeurig als de ongeveer even grote wolapen. Zij eten bijna alles wat ze onderweg in de bomen tegenkomen, maar bijvoorkeur toch vruchten.

Over spinapen is niet zo veel bekend, maar vermoedelijk voeden ze zich vooral met bladeren en vruchten. Ze zijn zeer zeldzaam.

Alle grijpstaartapen zijn groepsdieren. Meestal bestaat een groep uit meerdere mannetjes en meerdere vrouwtjes met hun kinderen. De grootte hangt af van het voedselaanbod in het gebied. Wolapengroepen variren bijvoorbeeld van 5 tot 50 dieren! Meestal leven ze echter in groepen van rond de 25 exemplaren. De meeste groepen, vooral de grotere, splitsen zich in meerdere kleine groepjes, als de dieren op zoek naar voedsel gaan. In n keer genoeg voedsel vinden voor 50 apen tegelijk zou gewoon te moeilijk zijn. Ook slingerapen splitsen zich vaak op in kleinere groepjes. Later komen ze weer samen, en na een poosje gaan ze weer uit elkaar. Dit soort groepen worden ook wel 'los-vaste groepen' genoemd.

Grijpstaarten werpen na een draagtijd van 6 7 maanden slechts een jong. Het grijpt zich met zijn handjes en voetjes al direct stevig vast aan de vacht van zijn moeder, aan de kant van haar buik. Zijn staartje gebruikt het nog niet direct. Lopen en klimmen kan het ook nog niet. Maar na een paar weken 'rijdt' de baby al mee op de rug van z'n moeder en gebruikt hij z'n staartje om zich stevig vast te houden aan de staart van z'n moeder. Na een paar maanden gaat het leren lopen, vaak over dunne takjes, zo'n 30 of 40 meter boven de grond want hoe hoger, hoe veiliger voor roofdieren.

Grijpstaartapen kennen veel verschillende geluiden. Ze praten zachtjes met andere groepsleden. Bijvoorbeeld om aan de anderen te laten weten, dat ze een goede voedselboom hebben gevonden. Ze waarschuwen met hardere alarmkreten als ze een vijand waarnemen. De hardste geluiden zijn echter bedoeld om andere groepen van dezelfde soort op afstand te houden. Ze willen geen indringers in hun gebied! Brulapen hebben zelfs hun naam aan het aparte, brommende geluid te danken, waarmee ze hun territorium afbakenen. Wie het voor het eerst hoort, zou nooit denken, dat dit harde gebrom van een aap komt! Ook spinapen hebben een territoriumgeluid. Zij laten het vooral 's avonds horen.

Wolapenmannetjes hebben een ander manier om hun territorium aan te geven. Ze hebben klieren op hun borst die geurstof maken. Als een mannetje met zijn handen over zijn borst wrijft, komt die geurstof vrij. Ook wrijft hij met zijn borst tegen bomen en takken, zodat het daar opkomt.

Grijpstaartapen behoren tot de 'apen van de Nieuwe Wereld', de breedneusapen.

 

 
Apen  
Beren  
Beverrat
Bever
Bizon
Capybara
Cheeta
Das
Eekhoorns  
Egel
Everzwijn
Ezel
Gems
Giraffe
Gnoe
Herten  
Hyena
Jaguar
Jakhals
Kameel
Kangoeroes  
Kleine panda
Koala
Korenwolf
Leeuw
Lynx
Manenschaap
Marters  
Miereneter
Moeflon
Muskusos
Neushoorns  
Nijlpaard
Olifanten  
Opossum
Reuzenpanda
Schotse hooglander
Sneeuwluipaard
Spitsmuis
Steenbok
Stokstaartje
Tijgers
Veelvraat
Visotter
Vos
Wasbeer
Wasbeerhond
Wilde kat
Wisent
Wolf
Wombat
Wrattenzwijn
 

Contact
Disclaimer
Copyright

Steun het protest tegen natuurwet Bleker