Landzoogdieren:
Kameel

Bron foto: www.dinosoria.com

Kamelen kunnen een schofthoogte van zo'n 2,5 meter bereiken en circa 3,5 meter lang worden (wanneer ze de hals gestrekt hebben). Opvallend zijn natuurlijk de twee bulten op de rug, waar een vetvoorraad in zit. Ze vormen een voedselvoorraad voor moeilijke tijden. De vacht is bruin, met vooral op de nek en de rug lange haren. In het voorjaar verliezen de kamelen hun wintervacht. Van deze vacht kunnen makelijk kleren gemaakt worden.

De brede voeten van de kameel hebben een huidplooi tussen de twee tenen. Deze zorgt ervoor dat ze niet zo makkelijk wegzakken in het zand. De onderkant van de voeten is bedekt met een dikke eeltlaag, een goede bescherming tegen doorns en heet zand. De ogen zijn door lange wimpers tegen zand en stof beschermd. De spleetvormige neusgaten kunnen worden afgesloten.

Kamelen zijn dus zeer goed bestand tegen het leven in de woestijn en op steppen. Toch komen wilde kamelen alleen nog in kleine aantallen in de Chinese Gobiwoestijn voor. De kamelen in Afrika, maar bijvoorbeeld ook in AustraliŽ zijn zogenaamde huiskamelen zijn door mensen geÔmporteerd.

Kamelen eten uitsluitend plantaardig voedsel. Grassen, bladeren en takken van struikgewas staan op het menu. De vaak dorre en doornige planten groeien zeer verspreid in de woestijnen en steppen. Een kameel moet dus veel lopen om voldoende eten te vinden. Hij moet ook voorzichtig eten, omdat veel planten lange doorns hebben. Ze hebben beweeglijke pluklippen en een gebit dat goed is aangepast aan het eten van harde, droge grassen.

Kamelen moeten het soms lang zonder water doen. In een periode dat ze niet drinken, kunnen ze ruim 25% van hun lichaamsgewicht verliezen. Het lichaam is zo gebouwd, dat het heel zuinig omgaat met water, ze zweten nauwelijks en plassen ook heel weinig. In de mest van een kameel zit amper water. (deze is daardoor heel stijf en werd vroeger gebruikt om huizen van te bouwen!) Ook het bloed kan meer vocht kwijtraken dan bij andere dieren zonder dat de kameel in de problemen komt. Na een lange tocht door de woestijn kunnen ze het vochtverlies heel snel weer aanvullen door snel tientallen liters water te drinken. Een kameel kan zelfs zout of brak water drinken omdat zijn speciaal aangepaste nieren het zout uit het water kunnen halen.

In het wild leven kamelen in kuddes van maximaal enkele tientallen dieren. Deze groepjes bestaan uit vrouwtjes en jonge dieren onder leiding van een hengst. Andere mannetjes vormen afzonderlijke hengstengroepjes. In de paartijd kunnen de mannetjes flink vechten om de vrouwtjes. In die tijd wrijven ze vaak met de achterkant van hun kop tegen hun bulten. Ze verspreiden zo een sterk ruikende stof uit een klier op de kop. Ook brullen ze veel. Bij een gevecht met een ander, probeert een mannetje zijn hals over die van een tegenstander heen te slaan en hem zo naar beneden te drukken.

De paring vindt liggend plaats. Na een draagtijd van ongeveer 13 maanden baart het vrouwtje over het algemeen ťťn jong. In verhouding tot andere hoefdieren is het jong traag, het duurt enkele uren voor het kan staan terwijl het bij andere hoefdieren slechts enkele minuten duurt. Op een leeftijd van ongeveer 5 jaar zijn ze volwassen.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Camelus bactrianus
Verspreidingsgebied:
Oost-AziŽ, China, MongoliŽ
Voedsel:
Gras, struiken en bladeren.
Lengte:
2,5 - 3 m, staart: ca 50 cm.
Gewicht:
450 - 700 kg.
Leeftijd:
20 - 45 kg.
Status:
Kritiek

Advertentie