Landzoogdieren:
Korenwolf

Bron foto: www.natuurbeleving.be

De korenwolf bezit een levendig kleurpatroon. Een bijzonder contrast vormt de zwarte buikzijde met de geelbruine rug en de witte vlekken op kop, hals en flanken. Door een vijand verraste hamsters richten zich dreigend op. Het contrasterende kleurpatroon van de onderzijde kan sommige dieren afschrikken.

Het is oorspronkelijk een steppebewoner, die tot ver in AziŽ voorkomt. Hij paste zich echter uitstekend aan de door de mens geschapen cultuursteppen met graan en grassen aan. Voor de bouw van zijn ondergrondse woning is een stevige, maar niet te harde bodemgrond nodig. Daarom vindt men hem vooral op een leem- of lŲssbodems, zoals in Limburg. In ons land leven er slechts enkelen, dit komt omdat ze niet kunnen leven in een korenveld dat ieder jaar geoogst wordt.

Korenwolven zijn alleseters, ze eten insecten maar zijn vooral gek op cultuurgewassen. Ze gaan ongeveer tot 1/2 kilometer van hun hol vandaan op zoek naar eten, voedsel dat ze vinden 'hamsteren' ze en nemen ze mee in hun wangzakken, pas als deze zo vol mogelijk zijn keren ze terug naar het hol. Hier legen ze de wangzakken met behulp van de poten.

De korenwolf leeft overwegend solitair, alleen in de paartijd dulden ze een partner in hun hol. Het hol is een 1 tot 2 meter diep gangenstelsel met woon- en provisiekamers. Hij verlaat zijn hol over het algemeen alleen `s nachts of in de schemering. Voornamelijk overdag besteedt hij veel aandacht aan zijn verzorging, hierbij worden vooral de voorpoten gebruikt. Hij houdt een winterrust die hij ongeveer om de 5 dagen onderbreekt om te eten, het eten heeft hij in de herfst verzameld.

In de paartijd die tussen april en augustus valt volgt het mannetje het vrouwtje tot in haar hol, waar hij in eerste instantie niet welkom is. Als het mevrouw wilt paren, wordt ze eerst door het mannetje uitgebreid besnuffeld en gelikt en dan van achteren bestegen. Meestal vindt de paring in het hol plaats.

De nestkamer ligt ongeveer een halve meter diep. Gangen leiden naar alle kanten: naar de provisiekamers, de latrine en naar buiten. Na een korte draagtijd van circa 20 dagen komen er zes of zeven jongen ter wereld. Bij de geboorte zijn ze naakt en blind, maar na twee weken zijn het prachtige diertjes met de fraaie kleurtekening van de ouders, maar de aandoenlijke proporties van een jong dier. Ze brengen hun jeugd door met ravotten in nest en gangen, en verder met veel slapen, eten en drinken bij de moeder. Ze gebruiken keurig het toilet, dragen voedselbrokken in de wangzakken rond en worden door de moeder bij hun nekvel gepakt als ze te ver weglopen. Het mannetje bemoeit zich niet met de opvoeding.

Na vier weken zijn de jongen zelfstandig. Ze verlaten dan het hol van de moeder en graven hun eigen gangenstelsel. Omdat ze nog vrij klein en onervaren zijn, vallen ze eerder ten prooi aan roofvijanden dan volwassen korenwolven. Bij het vestigen van een eigen territorium markeren jonge hamsters dit door met hun flankklieren langs bepaalde punten, zoals een steen, te wrijven. Ook volwassen hamsters vertonen dit gedrag. Jaarlijks zijn er 2 tot 3 worpen van elk zo'n 3 tot 12 jongen.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Cricetus cricetus
Verspreidingsgebied:
Europa en AziŽ
Voedsel:
granen, bonen, wortels, planten en insecten
Lengte:
20 - 30 cm, staart 5 cm
Gewicht:
100 - 900 gram
Status:
Algemeen, in Nederland bedreigd

Advertentie