Landzoogdieren:
Manenschaap

Fotograaf: Massimo Finizio, Licensie onder: Creative Commons Naamsvermelding-Gelijk delen 2.0

Het manenschaap, ook wel tedal genoemd, is een wild schaap dat in Afrika voorkomt. Opvallend aan deze soort schapen is dat de hals, borst en voorpoten met manen bedekt zijn, vandaar dus ook zijn naam. Echter is hij nauwer verwant aan de geiten dan aan de schapen.

Het manenschaap leeft in rotsachtige en droge gebieden, op het menu staan grassen, twijgen, kruiden en bladeren. Het tekort aan vocht in zijn leefomgeving vangt hij op door de morgendauw van bladeren te likken.

In de streken waar ze leven is er bijna geen mogelijkheid om te verschuilen voor gevaar, alleen de camouflage kleur helpt hen te ontkomen aan roofdieren. Wanneer ze een vijand ruiken blijven ze doodstil staan.

Het zijn zeer goede klimmers wat ook van groot belang is in rotsachtige gebieden, ze leven in kuddes die grote afstanden afleggen opzoek naar voedsel.

Het vrouwtje baart ieder jaar 1 2 jongen. Al na enige uren tot dagen trekken deze met de kudde mee waar het vrouwtje toebehoord.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Ammotragus lervia
Verspreidingsgebied:
Noord-Afrika, uitgezet op de Canarische eilanden, in Spanje en delen van Noord-Amerika.
Voedsel:
Droog gras, twijgen, bladeren en korstmos.
Lengte:
155 - 165 cm, schofthoogte: 90 - 100 cm.
Gewicht:
100 - 140 kg.
Leeftijd:
Tot 20 jaar
Status:
Kwetsbaar

Advertentie