Landzoogdieren:
Miereneter

Bron foto reuzenmiereneter: www.ushuaia.com

De miereneter behoort tot de familie van de tandarmen. Hij komt voor in het oosten van Zuid-Amerika. Bij hem is de naam tandarme wel toepasselijk omdat hij werkelijk geen tanden heeft.

De grote miereneter kan een lichaamslengte van 1,20 meter bereiken en een staartlengte van 90 cm. Een dwergmiereneter daarentegen wordt maar 16 cm lang. Dit is, net als de tamandoea, een middelgrote soort en een boombewoner.

Miereneters hebben een langgerekt lichaam en een sterk verlengde kop en snuit. Ze hebben zwartgrijze borstelige haren en een lange pluimachtige staart. De staart bedekt het lichaam als hij slaapt.

Het voedsel van de miereneter bestaat uit mieren en termieten en de larven hiervan. Met de machtige klauwen van zijn voorpoten maakt hij de vaak zeer harde heuvels van de insecten open. Wanneer de insecten naar buiten rennen, vangt hij ze met zijn wormvormige, kleverige tong, die hij ver kan uitsteken. Dit doet hij net zolang, tot er geen mieren of termieten meer uit de heuvel komen of totdat hij genoeg heeft gehad.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Myrmecophaga tridactyla
Verspreidingsgebied:
Zuid- en Midden-Amerika
Voedsel:
Mieren en termieten
Lengte:
1 - 2m.
Gewicht:
22 - 39 kg.
Leeftijd:
Tot 26 jaar
Status:
Gevoelig

Advertentie