Landzoogdieren:
Rendier

Bron foto: www.ushuaia.com

Het rendier wordt ook wel kariboe genoemd, maar in feite is de kariboe de Noord-Amerikaanse ondersoort. Andere ondersoorten zijn het Scandinavische rendier en het Siberische rendier. Het rendier is de enige hertensoort waarvan zowel de mannetjes als vrouwtjes een gewei dragen. De vorm van de geweien is ongeveer gelijk. Elk geweideel bestaat uit twee of drie vertakkingen die bij de mannetjes soms tot grote bladen uitgroeien. Het gewei van een rendier kan wel vijftig punten hebben. Het gewei van de vrouwtjes is wel kleiner dan die van de mannelijke soortgenoten, dat van de mannetjes kan wel een meter lang worden.

Het lichaam van een rendier lijkt wat plomp en het is tussen de 1,2 en de 2,2 meter lang. De staart is slechts 10 tot 20 cm, de benen zijn laag aangezet.

Afhankelijk van de soort zijn de haren zwart, bruin, grijs of wit van kleur. De volwassen rendiermannetjes leven alleen, de moeders en de jongen vormen roedels.

's Zomers voeden ze zich hoofdzakelijk met gras en andere planten van de toendra. 's Winters zoeken ze naar mossen en korstmossen. Hiervoor moeten ze dikwijls de sneeuw met hun hoeven aan de kant schrapen.

Het tamme rendier is voor de noordelijke, zwervende herdersvolken (de Lappen) het belangrijkste huisdier. Het rendier levert melk, kaas en vlees. De beenderen en huiden worden gebruikt voor allerlei voorwerpen en kleding. Verder kan men het rendier als lastdier gebruiken door het voor een slee te spannen.

Wilde rendieren, die over het geheel genomen wat sierlijker gebouwd zijn, leggen in de herfst en in het voorjaar enorme afstanden af met hun kudde. Voor de winter trekken ze naar het zuiden, in het voorjaar keren ze weer terug naar het noorden. Deze trek vindt over het algemeen tot binnen†of net onder de noordpoolcirkel plaats.

In de herfst strijden de rendiermannetjes om de gunst van de vrouwtjes. 240 dagen na de paring werpt een rendierkoe een jong, soms twee. De jongen kunnen al enkele uren na de geboorte met de kudde meetrekken.

Rendieren komen in Noord-Europa, AziŽ, Canada, Groenland en Alaska voor.†


Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Rangifer tarandus
Verspreidingsgebied:
Noord-Europa, AziŽ, Canada, Groenland en Alaska
Voedsel:
gras, kruiden, mos, kortsmos, paddenstoelen
Lengte:
1,2-2,2 m; staart 10-25 cm; schoft tot 1,2m
Gewicht:
120-300 kg
Leeftijd:
10-15 jaar
Status:
Kwetsbaar