Landzoogdieren:
Stokstaartje

Fotograaf: Ivan de Bree, © Het DierenRijk.nl

Stokstaarten zijn kleine roofdieren. Ze hebben gespierde poten met lange, scherpe klauwen. Ze zijn lichtbruin van kleur, de rug grijs of zilverkleurig en heeft donkere strepen. De buik is lichter gekleurd. De kop lijkt bijna wit en de zwarte ogen lijken door hun donkere omranding groter dan ze zijn.

Ze kunnen heel goed zien, waardoor ze in staat zijn roofvogels al op grote afstand te ontdekken. Ze zijn in staat voor hun gevaarlijke roofvogels te onderscheiden van niet gevaarlijke terwijl deze vliegen. Het stokstaartje bezit ook een goede neus die onmisbaar is bij het zoeken naar prooidieren. Hij gebruikt zijn neus ook bij het herkennen van soortgenoten en bij het herkennen van het territorium. Zijn gehoor is ongeveer net zo goed als dat van de mens.

Stokstaartjes komen voor in de droge gebieden van Zuid-Afrika, Namibië en Botswana. Ze leven in groepen die niet meer dan 30 dieren bevatten. Hun territorium kan wel 15 vierkante kilometer groot zijn. De groepen leven vaak in holen van grondeekhoorns, die ze naar hun eigen behoeften aangepast hebben. Wanneer de grond na een regenbui wat zachter is beginnen ze te graven en verdwijnen ze onder de grond. Ze graven tunnels van zo'n 15 cm in doorsnee en tot twee meter diep. Onder de grond ontstaat er zo een netwerk van tunnels die met elkaar in verbinding staan. Er zijn verschillende kamers in de tunnels, zoals een slaapkamer, een kamer waar de jongen worden grootgebracht en kamers waar ze hun behoeftes kunnen doen. De tunnels zijn op sommige plaatsen iets breder, zodat de stokstaartjes zich kunnen omdraaien. De holen bieden de stokstaartjes beschutting tegen de kou `s nachts en vijanden.

Als de groep zich buiten het hol bevindt staan er altijd een paar stokstaartjes op wacht. Zij staan dan op hun achterpoten, steunend op hun staart. Wanneer ze alarm slaan, vluchten alle groepsleden snel hun holen in.

Het grootste gedeelte van de dag zijn stokstaartjes met hun neus op de grond op zoek naar hun eten, larven. Ze snuffelen rond, waarbij ze met hun klauwen of neus in de bodem graven. Ook keren ze stenen om en onderzoeken ze boomstronken. Ze zijn gek op insecten, maar eten ook schorpioenen, hagedissen en kleine knaagdieren. Als een stokstaartje een schorpioen vindt, slaat hij er krachtig met de voorpoten op om hem dood te slaan. Hij ontwijkt daarbij de scharen en gifstekel.

Ze delen hun voedsel niet met elkaar. Elk dier zorgt voor zichzelf. Als één van de stokstaartjes een grote prooi grijpt, gaat hij deze op enige afstand van de anderen opeten. Komen deze dichterbij, dan gaat hij er grommend met de prooi vandoor. Alleen verzwakte dieren en jongen mogen soms met groepsgenoten mee eten.

Stokstaarten leven in groepen van vijf tot dertig dieren, dit kunnen twee of drie families zijn. Ze lossen elkaar af bij het bewaken van de jongen. Wanneer een vrouwtje jongen heeft gekregen, verandert er de eerste dagen niets in haar gewoonten. Ze brengt haar dagen buiten het hol door, op zoek naar voedsel. Intussen worden de jongen bewaakt door andere stokstaartjes. De moeder kan dan samen met de rest op jacht en voldoende eten. Alleen dan is ze namelijk in staat haar jongen voldoende melk te geven. Na drie maanden hoeven de jongen niet meer bij hun moeder te drinken. De volwassen dieren die op hen passen, brengen de jongen dan hun eerste prooidieren. De moeder leert hen pas zelf voedsel te vangen als ze in staat zijn haar tijdens de jacht te volgen.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Suricata suricatta
Verspreidingsgebied:
Zuidelijk Afrika
Voedsel:
Insecten, spinnen, duizendpoten, hagedissen, knaagdieren, vogels, knollen en wortels
Lengte:
25 - 35 cm, staart: 17 - 25 cm.
Gewicht:
0,6 - 1 kg.
Leeftijd:
Tot ca 10 jaar
Status:
Algemeen

Advertentie