Landzoogdieren:
Witte neushoorn
De breedlipneushoorn wordt meestal witte neushoorn genoemd. Deze naam komt waarschijnlijk door een verkeerde vertaling van het Afrikaanse woord 'wijde', waarvan de Engelsen dachten dat men wit bedoelde. Dat wijde slaat op de brede bek, vandaar de andere naam breedlip. Het dier is ook niet wit, maar grijs van kleur. Het zijn grote dieren, die wel een schofthoogte van twee meter en een lengte van zo`n 3 meter kunnen bereiken.

De breedlipneushoorn heeft twee, soms bijna even lange, hoorns op zijn neus. De hoorns zijn van keratine, dezelfde stof waaruit ook haren en nagels bestaan. De hoorns zitten alleen vast aan de huid en niet, zoals bij bijvoorbeeld koeien, ook aan de schedel. De hoorns kunnen dus best makkelijk afbreken, bijvoorbeeld tijdens een gevecht, maar ze groeien ook weer aan, tot zo`n 15 cm. per jaar. Vooral de voorste hoorn kan erg lang worden, wel anderhalve meter (!).

De kale huid is heel dik. Niet voor niets worden ze net als de olifant ook wel eens dikhuiden genoemd. De kop wordt tijdens het lopen omlaag gehouden. De poten zijn kort maar stevig, goed geschikt om het grote gewicht te dragen. Ze kunnen nog behoorlijk snel rennen. Over korte afstanden kunnen neushoorns een snelheid van 40 km per uur halen.

Ze ruiken goed, hun oren zijn ook prima in orde, maar ze zien slecht: een zich langzaam voortbewegend mens of dier wordt pas op een afstand van ongeveer 30 meter herkend.

Breedlipneushoorns leefden vroeger in grote gebieden van Afrika. Er zijn twee ondersoorten: de zuidelijke en de noordelijke breedlipneushoorn. De noordelijke kwam ruim 50 jaar geleden alleen nog voor in het grensgebied van Kongo, Oeganda en Soedan. Doordat daar zoveel oorlogen zijn geweest, komen er nu alleen nog enkele tientallen in Kongo voor. Van de zuidelijke leefden er nog een paar duizend in een natuurreservaat. Daar heeft hij zich gelukkig goed voortgeplant en nu zijn er weer zoveel neushoorns dat ze in Zuid-Afrika, NamibiŽ, Botswana en zelfs Kenia zijn uitgezet. Ze leven op savannes en andere grasvlakten.

Rond de 19e eeuw was de zuidelijke breedlipneushoorn bijna uitgestorven. In 1893 dachten ze dat de ondersoort zelfs helemaal uitgestorven was. Gelukkig werd er nog een klein groepje ontdekt in Umfolozi, in het oostelijk deel van Zuid-Afrika. In 1910 werd hier een stuk gebied tot beschermd reservaat uitgeroepen, waarin op dat moment slechts 15 breedlipneushoorns leefden. De groep plantte zich goed voort en in 1962 leefden er alweer 700 neushoorns. Rond 1970 leefden er al meer dan 1000 dieren in het wild, rond 1980 meer dan 2000 en inmiddels zijn dat er alweer meer dan 11000! De neushoorn is dan ook een goed voorbeeld van wat natuurbescherming kan opleveren.

Breedlipneushoorns zijn graseters, vooral kort gras is favoriet. Daar is de brede bek erg handig voor. Ze hebben geen snijtanden, maar wel een harde rand in de onderlip, die ze gebruiken om het gras af te plukken. Met hun kiezen malen ze het gras fijn.

De breedlipneushoorn is de enige neushoornsoort die in groepen leeft. De groepjes bestaan uit enkele vrouwtjes met hun jongen. De mannetjes leven buiten de paartijd alleen. Elk mannetje heeft zijn eigen gebied. Hij plast op de grens van zijn gebied om zijn territorium af te bakenen. Daarbij spuit hij zijn plas met korte stoten naar buiten, waardoor er een wolk van fijne druppeltjes op de planten terechtkomt.

Ze poepen op hopen op vaste plaatsen. Het mannetje trappelt op de mesthopen Zodat hij de geur aan zijn poten krijgt en deze verspreid wanneer hij loopt. Ruzies tussen twee mannetjes op de grens van hun gebieden, lopen meestal niet op een echt gevecht uit. Ze dreigen met een soort nepaanvallen. Op het laatste moment stoppen ze dan of vegen alleen met hun hoorns over de grond. Echte gevechten ontstaan wel als er een vrouwtje in de buurt is die in haar vruchtbare periode zit. De mannen kunnen elkaar in zo'n gevecht lelijk verwonden met hun hoorns.

De vrouwengroepjes zwerven door de gebieden van verschillende mannen. Als een vrouwtje in haar vruchtbare periode komt probeert een man haar in zijn gebied te houden. Ze kunnen dan een paar dagen samen optrekken tot het vrouwtje bereid is om met de man te paren. Een mannetje (stier) kan aan de plas en de poep van een vrouwtje ruiken of ze vruchtbaar is.

Pasgeboren jongen hebben nog geen horens. De vrouwtjes hebben twee tepels tussen de achterpoten. Moeder-neushoorns zorgen goed voor hun jongen. Als ze lopen, loopt het jong voorop en de moeder er vlak achteraan. Een jonge neushoorn blijft, tot er weer een jong geboren wordt, bij zijn moeder. Dit is meestal 2 ŗ 3 jaar. Neushoorns zijn, als ze een jaar of vijf oud zijn, volwassen

De dagelijkse bezigheden van neushoorns zijn afhankelijk van het weer. Op het heetst van de dag zoeken de dieren de schaduw op. Ook bij regen en kou zoeken ze beschutting in het struikgewas. Neushoorns nemen graag modderbaden en schuren langs bomen om beestjes als teken op hun huid kwijt te raken. Vooral na een modderbad schuren ze omdat dan de teken in de modder vast gebakken zitten. Vaak echter worden deze beestjes al van hun huid gepikt door vogels (ossenpikkers) die er van leven. Soms kunnen ze de neushoorn flink wat last bezorgen bijvoorbeeld wanneer ze in de neus of oren naar wat eetbaars zoeken en daarbij wat hardhandig te werk gaan.

Neushoorns kunnen elkaar signalen geven met de stand van de bek, de lippen, de oren en de kop. Ze maken ook allerlei soorten geluiden.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Ceratotherium simum
Verspreidingsgebied:
Midden-, maar voornamelijk Zuidelijk Afrika
Voedsel:
Gras
Lengte:
3,7 - 4,2 m, schofthoogte: 1,7 - 1,9 m.
Gewicht:
1400 - 3600 kg.
Leeftijd:
Tot 60 jaar
Status:
Algemeen maar onder druk

Advertentie