Landzoogdieren:
Wrattenzwijn

Fotograaf: Trisha M Shears

Het wrattenzwijn, ook wel knobbelzwijn genoemd, is een bewoner van de Afrikaanse savannen ten zuiden van de Sahara.

Ze hebben een cilindervormig lichaam, dat op de rug een beetje doorzakt. Het is bedekt met dik borstelig haar. In de nek en op de rug hebben ze manen, soms hebben de dieren zelfs witachtige bakkebaarden. De maximaal 50 cm lange staart heeft aan het uiteinde een pluim.

Aan de zijkant van de kop bevinden zich een soort wratten, hieraan heeft het dier uiteraard zijn naam te danken. Het wrattenzwijn heeft twee sterke slagtanden deze hebben zich uit de hoektanden ontwikkeld.

Van 's avonds tot 's ochtends is het wrattenzwijn onderweg, hij is altijd op zoek naar voedsel. Hij eet naast gras en vruchten ook knollen en wortels. In tijden van grote droogte wroet hij deze met zijn slagtanden uit de bodem. 's Nachts en op het heetst van de dag trekt hij zich in ondergrondse holen terug om uit te rusten.

Wrattenzwijnen wentelen zich graag in het water of in modder. Daarom moet hun territorium, dat ze met meerdere familiegroepen delen, ook in de nabijheid van water zijn. Dit water is tegelijk ook de drinkplaats van de dieren.

De paring vindt meestal tijdens de regentijd plaats. Na ongeveer 170 dagen worden er twee tot vier frislingen (jongen) geboren. Deze worden ongeveer 4 maanden lang gezoogd.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Phacochoerus africanus
Verspreidingsgebied:
Afrika, ten zuiden van de Sahara
Voedsel:
Kort gras, wortels, vruchten en bessen.
Lengte:
0,9 - 1,5 m, schofthoogte: 65 - 85 cm.
Gewicht:
50 - 150 kg.
Leeftijd:
Tot 18 jaar
Status:
Algemeen

Advertentie