




Foto keizerspinguïn: Licensie onder: GNU-licentie voor vrije documentatie
|
|
|
Bijna geheel Antarctica is bedekt door een ijskap, gemiddeld 2000 à 2500 meter dik, op sommige punten in het centrale deel zelfs ruim 4300 m. Van hieruit wordt het ijs door het eigen gewicht naar de kust gedrukt, waar grote stukken voortdurend afbreken,
waardoor reusachtige tafelijsbergen in de Antarctische Oceaan ontstaan.
Het is een uniek gebied waarin water en ijs een ideale leefomgeving vormen voor sommige diersoorten. Ondanks de kou zijn de wateren vruchtbaar en vol leven.
Op Antarctica vinden we een aardige hoeveelheid dieren, die allen verbonden zijn
aan het water. Typerend voor dit gebied zijn de pinguïns. We vinden er vele
soorten, waaronder de macaronipinguïn, de keizerspinguïn,
de koningspinguïn, de adéliepinguïn en de ezelspinguïn.
Naast pinguïns vinden we robben op het ijs, van de krabbeneter tot de zeeolifant.
Zoals praktisch alle dieren op de Zuidpool leven ze van vis. Dat is dan ook
rijkelijk in de koude wateren aanwezig.
In die wateren vinden naast allerlei vissen een zeer veel krill ook walvissen. De bekendste soorten zijn de blauwe
vinvis, de potvis en de orka.
De meeste soorten leven van krill, enkelen zoals de orka van andere zoodieren en vogels.
De vogels worden vertegenwoordigd door soorten als de albatros en de stern, veel van hen trekken in het
winterseizoen naar warmere streken. Opvallend veel walvissen doen dit trouwens
ook.
Antarctica is het meest ongerepte gebied op
aarde, het is voor de mens zo goed als onbewoonbaar. Toch is de toekomst van dit
gebied niet zeker, door klimaatverandering smelt het ijs en overbevissing is een
ramp voor de dieren in het gebied. Maar vooralsnog is het een winterse wereld
met een unieke natuur.
|