




|
|
![]()
Reuzenschildpadden kunnen in 13 ondersoorten worden ingedeeld, waarvan er op dit moment nog 11 over zijn. Eén van deze ondersoorten, C. n. abingdonii, kent echter nog maar één levend exemplaar welke in een onderzoekscentrum leeft. Ze leven op de Galapagos-eilanden en op enkele andere eilanden in de oceaan (oa. op de Seychellen). Ze kunnen meer dan 400 kilo wegen en wel 200 jaar oud worden, ouder dus dan alle andere dieren. De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes. Ze verschillen vooral van andere schildpadden wat betreft hun afmeting en de vorm van hun pantser.
Sommige reuzenschildpadden hebben bij de kop een inham of ronde welving in hun pantser. Daardoor zijn ze in staat om tijdens het eten hun kop loodrecht opheffen. Op eilanden, waar de vegetatie over het algemeen wat hoger zit, vormt dit een zeer belangrijk aspect bij het verkrijgen van voedsel.
Ze hebben geen vaste paartijd. De mannetjes drukken tijdens de paring de vrouwtjes tegen de grond. Voor het leggen van haar eieren graaft het vrouwtje een kuil. Ze dekt de eieren af met zand. Wanneer de jongen uit het ei komen, moeten ze zichzelf bevrijden uit dit hol. De ouders kijken verder niet naar ze om.
De grootste soort reuzenschildpadden is uitgestorven. Deze had een pantserlengte van 1,6 meter en woog meer dan 400 kilo.
Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen? |
Advertentie