Vogels:
Vogels

Bron foto: www.fredvanwijk.nl

Vogels komen overal op aarde voor. Er bestaan ongeveer 10.000 soorten vogels. Ze kunnen niet allemaal vliegen, maar hebben wel allemaal 2 vleugels en veren.

Vogels planten zich voort door eieren te leggen, dit gebeurd meestal in een nest.

Onderzoekers zijn het er tegenwoordig grotendeels over eens dat onze vogels zich hebben ontwikkeld uit kleine, vleesetende dinosauriŰrs. Hun skelet lijkt veel op dat van de oudste vogel. Beide hadden lange, slanke looppoten, vogelachtige voeten en klauwen aan de vingers. Beide hadden een lange, benige staart en scherpe, spitse tanden.

De vogels, die kunnen vliegen, hebben een korte, compacte romp en een sterk gewelfde schedel. Het aantal van de zeer beweeglijke halswervels schommelt tussen de 9 en 24. Aansluitend volgen dan 6-10 romp- en 7-17 lendenwervels. Deze zijn gedeeltelijk met elkaar vergroeid. Het aantal staartwervels schommelt tussen 8 en 10. De beenderen van vogels zijn zeer licht, enkele zijn hol van binnen. Dat verklaart ook waarom de dieren zo weinig wegen.

Het verenkleed bestaat uit slagveren, dekveren en donsveren. Lichaamsveren bedekken het lichaam, de daaronder liggende donsveren hebben een isolerende werking. De slagveren zitten in de staart en de vleugels. Omdat veren slijten, worden ze regelmatig vervangen. Dit gebeurt tijdens de zogenaamde rui.

De meeste vogels kunnen vliegen. Daarbij worden hun vleugels op en neer bewogen door sterke spieren.

Afhankelijk van het voedsel, dat uit vruchten, insecten of vissen kan bestaan, verschilt de vorm van de tandeloze vogelsnavel. Behalve voor het voedsel wordt de snavel ook gebruikt bij het bouwen van nesten en bij het verzorgen van het verenkleed. Sommige soorten gebruiken hun snavel ook om vijanden of rivalen mee af te weren. In bijna alle gebieden leven vele vogelsoorten samen. Er is meestal geen sprake van concurrentie omdat hun voedsel en nestbouw verschillen.

Veel vogels blijven in een bepaald gebied en hebben een vast territorium. Andere zwerven en zoeken altijd weer een nieuwe omgeving en nieuwe broedplaatsen op. Veel vogels uit de noordelijk gelegen gebieden trekken in de winter naar warmere gebieden.

 

 
Aalscholver
Ara
Bontespecht
Buizerd
Condor
Dodaars
Eenden  
Flamingo
Fuut
Gieren
Grutto
Havik
IJsvogel
Jan-van-gent
Kemphaan
Kievit
Kluut
Kookaburra
Kolibrie
Kraanvogel
Lepelaar
Leeuwerik
Meerkoet
Mezen  
Ooievaar
Papegaaiduiker
Pingu´ns  
Quetzal
Steenarend
Strandplevier
Roerdomp
Scholekster
Sperwer
Stern
Struisvogel
Toekan
Tureluur
Uilen  
Valken  
Vinken  
Vlaamse gaai
Waterhoen
Wulp
Zwanen  
 

Contact
Disclaimer
ę Copyright