Vogels:
Dodaars

Fotograaf: BS Thurner Hof , Licensie onder: GNU-licentie voor vrije documentatie

De dodaars is een futensoort, het is de kleinste en rondste van onze watervogels. Hij heeft vrijwel geen staart. Een volwassen dier in prachtkleed heeft een roodbruine hals en een lichte vlek aan de snavelbasis. Het vrouwtje is minder fel gekleurd dan het mannetje. In de zomer maakt de vogel zich graag 'dik', zowel in rust als tijdens het baltsgedrag. Het winterkleed van beiden is veel lichter dan in de zomer: het varieert van vaalbruin van boven tot lichtbruin en wit van onderen.

Dodaarzen zijn broedvogels van ondiepe en beschutte wateren zoals duinmeren, uiterwaarden, vennen en brede sloten. Tijdens de winter komen ze op grotere wateren voor, ook op zee.

De dodaars is opvallend schuw. Bij onraad laat hij zich snel zakken, zodar alleen zijn kop boven het water uit, soms duikt hij helemaal onder. Deze vogel zal zich niet gauw uit het water wagen, hij beweegt zich zeer onhandig op het land. Men hoort deze kleinste fuutachtige vaker dan dat men hem ziet. Hij roept een hoog, kort 'tililip' en laat in de zomer een luide, hinnikende triller horen. De dodaars vliegt meer dan de andere futen en scheert vaak dicht over het water als hij opstijgt. De poten steken dan uit vanonder de smalle, egaal bruine vleugels

Op het menu staan waterinsecten, schelpdieren en kleine visjes. In de broedtijd vormen de insecten het leeuwendeel. Tijdens het zoeken naar voedsel ziet de dodaars eruit als een kleine, drijvende bal veren. Regelmatig duikt hij onder, waarna hij als een ondergeduwde kurk weer omhoogschiet. Voor een diepere duik wipt hij eerst even omhoog.

Een paartje broedt bij voorkeur afzonderlijke van andere dodaarsparen, maar in favoriete gebieden kan de populatie zo dicht zijn dat ze in feite in kolonies broeden. Het nest, dat bestaat uit waterplanten, vormt een drijvend platform, soms verankerd aan een overhangende tak of verscholen in rietkragen aan de waterkant. Tijdens het broedseizoen, van april tot augustus, wordt een- of tweemaal en in sommige gebieden zelfs driemaal gebroed. Een legsel bestaat uit 4 Ó 6 witte eieren, die echter door de plantendelen van het nest algauw verkleuren. Net als alle futen bedekken de oudervogels het broedsel met waterplanten als er kraaien of andere rovers overvliegen. De jongen na ongeveer ÚÚn maand uit en verlaten het nest al snel. Ze zijn zeer klein en hebben een gestreepte kop en rug en hebben wittere wangen.

De dodaars is een trekvogel en verlaat de noordelijke gebieden (ook ons land) in de winter. De Lage Landen worden evenwel gebruikt als winterverblijfplaats voor noordelijke dodaarzen. Je hebt in feite dus het hele jaar kans om er een tegen te komen.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Tachybaptus ruficollis
Verspreidingsgebied:
Europa, Afrika en AziŰ
Voedsel:
Kleine visjes, slakken, kreeftjes en insecten.
Lengte:
25 - 29 cm.
Spanwijdte:
40 - 45 cm.
Gewicht:
125 - 225 gr.
Status:
Algemeen

Advertentie