Vogels:
Fuut

Fotograaf: Lukasz Lukasik , Licensie onder: GNU-licentie voor vrije documentatie

De fuut is een slanke vogel die bekend staat om zijn snelle vleugelslag, het lijkt bijna alsof de kleine vleugeltjes moeite hebben om het lijf van de vogel in de lucht te houden. De grote, witte dekveren vallen ook op. In het winterkleed zijn de witte kop en de lange hals kenmerkend voor deze fuut. Zomerkleed is onmiskenbaar door de dubbele kuif en de kraag op de kop.

Hij broedt aan open, stilstaand, zoet water, soms in kleine losse kolonies. Tegenwoordig worden ook steeds meer plaatsen in de buurt stadsvijvers en grachten gebruikt. De Fuut overwintert op grote meren en op zee in groepen van soms enkele honderden of duizenden exemplaren.

Op het menu staan waterdieren, oa. vissen. Ze duiken hun prooi achterna in het water.

Hoewel het echte trekvogels zijn komt de fuut in ons land het hele jaar door voor, de Lage Landen worden wel gebruikt als overwinteringgebied van Futen uit het noorden, van september tot oktober. Vogels die hier de zomer hebben doorgebracht trekken meestal naar het zuiden. In maartapril, soms echter al in januari, arriveren ze weer op broedplaatsen in het binnenland.

De fuut heeft een zeer uitgebreid en fascinerend baltsgedrag. Paren zwemmen borst tegen borst met opgezette halsveren, strekken zich op het water uit ('pingu´ndans') en doen aan 'schijnpoetsen'. Soms geven ze in deze gestrekte houding plantenresten door aan elkaar of schudden met de kop. In deze tijd, het voorjaar zijn Futen erg luidruchtig.

Het nest is heel wat minder uitbundig, het bestaat uit een eenvoudige hoop waterplanten en ligt verankerd. Wanneer een ouder het nest verlaat , worden de eieren afgedekt met wat fijn plantaardig materiaal. Het vrouwtje legt ongeveer 4 eieren die langwerpig en witachtige zijn en na drie Ó vier weken uitkomen. De jongen zijn opvallend gestreept. Ze piepen schril als ze naar de ouders zwemmen om met insecten of vis te worden gevoederd. Ze reizen vaak meer onder de veren of op de rug van een van de ouders (zie foto). Na 10 weken zijn ze zelfstandig. Na de rui is het winterkleed van een halfwassen Fuut gelijk aan dat van de oudervogel.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Podiceps cristatus
Verspreidingsgebied:
Europa, Azie, Afrika, AustraliŰ
Voedsel:
Vis
Lengte:
46 - 51 cm.
Spanwijdte:
85 - 90 cm.
Gewicht:
0,6 - 1,5 kg.
Status:
Algemeen

Advertentie