Vogels:
Jan-van-gent

Fotograaf: Andreas Trepte, Marburg , Licensie onder: Creative Commons Naamsvermelding-Gelijk delen 2.5

De vogel op de foto is een volwassen jan-van-gent: wit met zwarte vleugelpunten en een gelige kop. Deze kleur krijgt hij pas tussen zijn 4e en 6e levensjaar: hij begint zijn leven bruin met witte spikkels. Elk jaar krijgt hij meer wit. De jan-van-gent heeft lange vleugels en korte poten. Opvallend is zijn scherp getekende kop met blauwe ogen. Die ogen zijn zo geplaatst, dat hij goed naar voren kan kijken. Dat heeft hij nodig bij de jacht. Zijn snavel is heel stevig en heeft aan de voorkant fijn gezaagde randen. De jan-van-gent heeft geen neusgaten. Hij haalt adem door zijn bijzonder gevormde gehemelte.

Ze trekken in het najaar richting het zuiden en zijn in deze tijd ook in grote aantallen in Nederland te zien.

Jan-van-genten zijn typische zeevogels die hun prooi met een stootduik van soms wel 45 meter hoogte proberen te bemachtigen. Daarbij halen ze snelheden van meer dan 100 km per uur. Om de klap waarmee ze in het water plonzen te kunnen weerstaan, hebben ze luchtkamers aan de voorkant van hun lichaam. Ze kunnen een spanwijdte van bijna 2 meter hebben.

De jan-van-gent eet voornamelijk schoolvissen zoals Haring, Makreel, Kabeljauw en Horsmakreel.

Ze zijn pas op latere leeftijd geslachtsrijp. Pas vanaf hun 5e a 6e levensjaar broeden ze. Als broedplaats zoeken ze bij voorkeur een hoge plek. Ze zijn niet zo handig op land en kunnen vanaf een hoge plek makkelijk wegvliegen. In Nederland zijn er geen broedkolonies; die zijn in Europa vooral te vinden in Schotland en Noorwegen.

Het mannetje houdt al vanaf eind januari een broedplaats (een nest van zeewier op rotsrichels of steile hellingen) vrij. Het vrouwtje legt dan midden april ÚÚn ei. Vervolgens broeden mannetje en vrouwtje om de beurt het ei uit. Dit doen ze op een speciale manier, namelijk met hun poten! In de broedperiode zijn hun poten extra doorbloed, waardoor ze extra warmte af kunnen staan. Na ruim 40 dagen komt het ei uit. Het jong komt kaal uit het ei; pas na een week krijgt het een donslaag. De ouders voeden het jong allebei, zo'n 90 dagen lang! Pas dan verlaat het jong het nest. Broedende jan-van-genten blijven binnen een afstand van 160 km vanaf het nest, maar meestal gaan ze niet verder dan 40 km. Verder op zee zijn in de broedperiode alleen niet volwassen exemplaren te vinden.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Morus bassanus
Verspreidingsgebied:
Noord-Atlantische Oceaan, Middellandse Zee
Voedsel:
Vis
Lengte:
80 - 90 cm.
Spanwijdte:
Tot 2 m.
Gewicht:
2,5 - 3 kg.
Status:
Algemeen

Advertentie