|

De keizerspinguïn is de grootste pinguïn soort. Hij komt in de zuidelijke oceanen rond Antarctica. Over het algemeen leven ze vooral in zee, alleen in de paartijd en bij het ruien brengen ze langere tijd op het land door.
Door hun waterdichte verenkleed en een goede vetlaag heeft de keizerpinguïn geen last van de kou. De veren vallen als schubben over elkaar. De grootte van de vetlaag hangt af van de tempratuur in het gebied waar de pinguïn leeft.
In de tijd van rui blijven de pinguïns op het land, doordat ze kale plekken kunnen krijgen en het verenkleed minder vol is is het ook niet meer waterdicht. Door de zeer lage watertemperatuur kan de pinguïn dan enkele weken niet het water in, dit leidt vaak tot drastische vermagering.
Na de paartijd legt de vrouwtjes pinguïn 1 ei. Het mannetje draagt het ei op zijn poten in een huidplooi. Het vrouwtje gaat het water in en het mannetje blijft minimaal 60 dagen alleen met het ei. Pas als het ei uitgekomen is keert het vrouwtje terug. Tot die tijd gaan de mannetjes met zijn allen heel dicht op elkaar staan met hun rug naar buiten. Het samenklonteren van de mannetjes is mogelijk omdat de pinguïns geen territorium kennen.
Zodra het vrouwtje is teruggekeerd, met voedsel voor het jong, gaat het mannetje naar zee. Nu wisselen de ouders elkaar af en gaan ze om de beurt om voedsel voor het jong.
Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen? Stel je vraag gerust op het het forum!
|