Vogels:
Kerkuil

Fotograaf: Doruk Salanci

De kerkuil valt op door zijn witte voorkant. Zijn kop is omringt door een hartvormige cirkel van opstaande veren. De snavel is wit. Zijn vleugels hebben aan de bovenkant een grijsbruine kleur en zijn aan de onderkant wit. De kerkuilen die noordelijker voorkomen, bijvoorbeeld in ons land, hebben geen witte borst maar geel met vlekjes, hun kop is wel wit.

Tussen het mannetje en het vrouwtje is bijna geen verschil te herkennen, het vrouwtje is iets groter hoewel dat te verwaarlozen is.

De kerkuil is alles behalve een stille vogel, hij alarmeert in vlucht met een krijs. Daarnaast valt hij indringers aan met korte, zeer scherpe, indringende schreeuw. Verder worden er ook allerlei wonderlijke geluiden geproduceerd in de broedtijd.

Zijn leefomgeving bestaat uit boerderijen en dorpen in halfopen kleinschalig landschap. Veel voorkomende broedplaatsen zijn boerenschuren, kerktorens en andere bouwwerken, een enkele keer ook holle bomen (broedt soms 2x per jaar).

Het voedsel bestaat voornamelijk uit veldmuizen, aangevuld met huisspits- en bosspitsmuizen. Kerkuilen jagen in het donker, ze lokaliseren hun prooi voornamelijk met hun gehoor en maar voor een klein deel met de ogen waarmee hij echter `s nachts wel uitstekend kan zien. Hij vliegt geluidloos.

Rond maart legt het vrouwtje 3 tot 7 eieren in een nestkom gemaakt van gedroogde braakballen. Ze komen na circa 35 dagen uit. De kuikens zijn bij de geboorte bijna kaal en zeer lelijk te noemen.

Al geruime tijd voor ze kunnen vliegen verlaten de jongen het nest, ze klauteren en fladderen een tijd lang rond in het territorium van hun ouders, ze worden dan nog steeds door de ouders verzorgd. Het kan dan nog enkele maanden duren voor ze zelfstandig zijn.

Kerkuilen trekken niet, alleen de jongen kunnen lange tijd zwerven opzoek naar een territorium, als ze dit hebben gevonden blijven ze daar.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Tyto Alba
Verspreidingsgebied:
Wereldwijd, maar in AziŰ alleen zuidelijk
Voedsel:
Voornamelijk kleine knaagdieren
Lengte:
30 - 45 cm.
Spanwijdte:
ca 1,1 m.
Gewicht:
300 - 650 gram
Status:
Algemeen

Advertentie