Vogels:
Ooievaar

Fotograaf: Ivan de Bree

De ooievaar behoort tot de orde van de reigerachtigen. Zijn verenkleed is witgrijs, de slagveren en de langste dekveren zijn zwart. De lange poten en de lange snavel zijn rood.

Ooievaars komen bijna overal op aarde voor. Ze hebben een voorkeur voor bosachtige gebieden met bijvoorkeur weilanden in de buurt en verblijven meestal in de buurt van water. Ze komen niet voor in gebergten en woestijnen. Menselijke nederzettingen schijnen hen niet te storen.

Paartjes blijven hun hele leven samen. Wanneer ze elkaar aan de rand van het nest begroeten leggen ze hun kop in de nek en klepperen ze met hun snavels. De snavel wordt naar boven en niet naar de partner gericht omdat dit als een bedreiging zou kunnen worden opgevat.

Ze nemen ieder jaar hetzelfde nest. Wanneer het beschadigd is, wordt het weer opgeknapt. De bouw van een nieuw nest duurt ongeveer 1 week. De nestplaats bevindt zich bij voorkeur in de kruin van een boom of op een dak. Het nest bestaat voornamelijk uit takken.

Het vrouwtje legt 3- tot langwerpige, witte, soms wat grijzige, eieren. Bij het broeden wisselen de ouders elkaar af. De jonge vogels moeten meerdere weken worden verzorgd voor ze met hun eerste vliegoefeningen kunnen beginnen. Zij zijn grijswit. Om te leren vliegen gaan ze in het nest staan en ze beginnen met hun vleugels te fladderen.

In de herfst verzamelen de jongen zich samen met hun ouders en vele soortgenoten op bepaalde voedselplaatsen. Van hieruit vliegen ze naar hun winterverblijf in het zuiden. Daarbij vliegen ze op grote hoogte, zoveel mogelijk boven land.

Wanneer de thermiek dit toelaat proberen ze zoveel mogelijk te zweven omdat dan hun krachten kunnen sparen. Als ze vliegen strekken de ooievaars hun lange hals naar voren en hun poten naar achteren (zie foto).

Op het menu staan kikkers, insecten, reptielen en weekdieren. Anders dan bij de reiger behoort vis niet tot een belangrijke prooi. Ze staan bij de jacht over het algemeen nooit in het water.

Het aantal ooievaars bij ons is de afgelopen eeuw sterk afgenomen. Hun leefgebied wordt steeds kleiner en ze worden geconfronteerd met steeds slechtere levensomstandigheden. Projecten zoals het maken van gedeeltelijk kunstmatige broedgebieden hebben effect gehad om hem in Nederland te behouden.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Ciconia ciconia
Verspreidingsgebied:
Europa, AziŰ en Afrika
Voedsel:
Kleine gewervelden en grote insecten
Lengte:
circa 1,3 m.
Spanwijdte:
1,8 - 2,2 m.
Gewicht:
3 - 5 kg.
Status:
Algemeen

Advertentie