Vogels:
Pinguins

Fotograaf: Josh Landis, US National Science Foundation

Pinguïns hebben zich perfect aangepast aan hun leven in het water. Hun vleugels hebben zich ontwikkeld tot krachtige roeren waarmee ze goed kunnen sturen. De veren zijn klein en liggen als schubben over elkaar heen. Onder de huid hebben pinguïns een dikke vetlaag, deze beschermt het dier tegen kou en dient tegelijkertijd als voedselopslagplaats.

Pinguïns leven op het zuidelijk halfrond in de kustgebieden van de oceanen. In de broedtijd gaan ze aan land en vormen daar kolonies. Ze blijven trouw aan één bepaalde plaats en onderwerpen zich in de groep aan een bepaalde rangorde. Zodra de jongen groter zijn gaan ze naar een soort crèche, vaak met honderden tegelijk. Op deze manier zijn ze goedbeschermd tegen vijanden en in de koude gebieden ook tegen de kou.

De grotere pinguïnsoorten leggen maar één ei. Dit verbergen ze gedurende meerdere weken in een huidplooi die boven op de voeten ligt. Zo blijft het ei lekker warm. In die tijd nemen ze meestal geen voedsel tot zich.

De kleinere pinguïnsoorten leggen twee eieren in een kuil in de grond en ze broeden daar 5-6 weken op. Na het broeden en nadat ze de jongen hebben grootgebracht keren ze weer terug naar zee. Ze eten uit kleine vissen, kreeften en inktvissen.

 

 
Aalscholver
Ara
Bontespecht
Buizerd
Condor
Dodaars
Eenden  
Flamingo
Fuut
Gieren
Grutto
Havik
IJsvogel
Jan-van-gent
Kemphaan
Kievit
Kluut
Kookaburra
Kolibrie
Kraanvogel
Lepelaar
Leeuwerik
Meerkoet
Mezen  
Ooievaar
Papegaaiduiker
Pinguïns  
Quetzal
Steenarend
Strandplevier
Roerdomp
Scholekster
Sperwer
Stern
Struisvogel
Toekan
Tureluur
Uilen  
Valken  
Vinken  
Vlaamse gaai
Waterhoen
Wulp
Zwanen  
 

Contact
Disclaimer
© Copyright