Vogels:
Pingu´nsoorten

Fotograaf: Ivan de Bree, ę Het DierenRijk.nl

Er zijn zes geslachten met in totaal vijftien soorten.

Pingu´ns komen alleen voor op het zuidelijk halfrond, namelijk in Antarctica, en op de eilanden tussen Zuid-Amerika, Afrika, AustraliŰ en Nieuw-Zeeland (en aan de kusten van deze gebieden). Een dier dat in tegenstelling tot de pingu´n niet op de zuidpool voorkomt, maar wel op de noordpool, is de ijsbeer.

De grootste twee pingu´nsoorten, de keizerspingu´n (Aptenodytes forsteri) die wel 120 centimeter lang kan worden, en de koningspingu´n (Aptenodytes patagonicus) die 100 centimeter lang kan worden, broeden rechtopstaand met het ei, bedekt door een huidplooi, rustend op de tenen van de poten (andere soorten broeden op een algemenere wijze: zittend op gewoonlijk twee eieren).

De broedtijd van de keizerspingu´n bedraagt 62 tot 64 dagen. Het wijfje legt in mei haar ei, juist als de lange poolnacht begint. Het mannetje begint dan onmiddellijk met broeden, terwijl het wijfje (dat dan zeven tot acht weken gevast heeft) naar open zee vertrekt.

De kolonie mannetjes vormt, dicht opeengedrongen, grote troepen om zoveel mogelijk warm te blijven:

Door het voortdurende vasten verliezen pingu´ns ongeveer een derde van hun gewicht. Als het ei uitkomt, kan het mannetje het jong toch nog twee dagen voeren. Daarna keert het wijfje inmiddels dik en vet terug en neemt de verzorging van het jong over. Nu zoeken de mannetjes het open water op.

Naast de keizerspingu´n is de adÚliepingu´n (Pygoscelis adeliae) die 75 cm lang kan worden, de enige in Antarctica voorkomende pingu´n.

Nauw verwant aan deze soort is de bekende zwartvoetpingu´n zie foto (S. demersus - 70 cm lang), uit de wateren rondom Zuid-Afrika, en de MagalhŃes-pingu´n (S. magellanicus - 62 cm lang), die thuishoort bij Chili, Vuurland en de Falklandeilanden.

Op deze laatstgenoemde en andere eilanden in Subantarctica leeft de rotsspringer of geelkuifpingu´n (Eudyptes crestatus), 63 cm lang. Verwant hiermee is de Schlegelpingu´n (E. schlegeli).

De kleinste soort is de dwergpingu´n (Eudyptula minor), 40 cm lang, een soort die zich bevindt en broedt aan de kusten van AustraliŰ en Nieuw-Zeeland.

Informatiebron: http://mediatheek.thinkquest.nl/~lla171/

 

 
Aalscholver
Ara
Bontespecht
Buizerd
Condor
Dodaars
Eenden  
Flamingo
Fuut
Gieren
Grutto
Havik
IJsvogel
Jan-van-gent
Kemphaan
Kievit
Kluut
Kookaburra
Kolibrie
Kraanvogel
Lepelaar
Leeuwerik
Meerkoet
Mezen  
Ooievaar
Papegaaiduiker
Pingu´ns  
Quetzal
Steenarend
Strandplevier
Roerdomp
Scholekster
Sperwer
Stern
Struisvogel
Toekan
Tureluur
Uilen  
Valken  
Vinken  
Vlaamse gaai
Waterhoen
Wulp
Zwanen  
 

Contact
Disclaimer
ę Copyright