Vogels:
Roerdomp

Bron foto: www.natuurbeleving.be

De roerdomp behoort tot de reigers. Hij heeft in de vlucht iets weg van een uil en beweegt zijn vleugels minder diep en sneller dan een Blauwe Reiger. Het volwassen dier, beide geslachten zijn qua uiterlijk gelijk, heeft een zwartgestreept bruin 'uilachtige'' verenkleed, dat tijdens het 'brullen' wordt uitgezet. Hij heeft groene poten. Het jeugdkleed lijkt op dat van het volwassen kleed, maar is iets lichter gestreept.

Wat betreft de leefomgeving geeft de roerdomp de voorkeur aan riet- en biezenmoerassen langs de oevers van plassen, meren en rivieren. Alleen als het broedbiotoop van bescheiden afmeting is, zoekt hij ook voedsel buiten het moerasgebied, bijvoorbeeld langs slootkanten en op grasland.

Op het menu staat vis, amfibieŽn en insecten. Soms worden daar ook moerasvogels als de kleine karekiet, baardmannetje, waterhoen en de waterral aan toegevoegd. Spitsmuizen en waterratten worden ook gegeten. De jacht vindt meestal plaats in open water aan de rand van het riet.

Roerdompen leven solitair. Het zijn schuwe vogels die vooral in de avond en nacht actief zijn en zich heel zelden laten zien. In het voorjaar verraadt hij zijn aanwezigheid echter door zijn roep. Dan laat het mannetje een ver dragend, resonerend 'u-woem' horen, dat wat doet denken aan het geluid van een misthoorn. Zijn geslachtsnaam 'Botaurus' betekent zoiets als 'het brullen van een stier'. De tonen worden met pauzen van ca. 2 seconden herhaald en zijn soms tot op een afstand van 5 km te horen. De roerdomp produceert dit eigenaardige geluid door lucht in zijn keelzak te persen en die met krachtige stoten weer vrij te laten. Na een paar 'hoemps' is de luchtzak leeg en wacht hij even alvorens die weer op te vullen en een nieuwe reeks af te steken. De beste periode om de roep eens te horen is in apriljuni en dan vooral bij valavond en in de vroege ochtend. Bij gevaar tracht de roerdomp zich, evenals het wouwaapje, onzichtbaar te maken door de 'paalhouding' aan te nemen, waarbij hij met naar boven gerichte snavel roerloos tussen de rietstengels staat en met zijn omgeving versmelt. De roerdomp grijpt zich in hoog riet aan enkele stengels tegelijk vast om zijn omgeving af te speuren.

Tijdens het broedseizoen beschikken ze over een territorium dat ze fel verdedigen. De mannetjes lokken de vrouwtjes naar hun gebied door middel van een baltsroep. Soms heeft een mannetje meerdere vrouwtjes. Zodra er een mannetje het gebied binnenkomt leidt dit vaak tot een gevecht waarbij ze de snavel als wapen gebruiken. Het komt regelmatig voor dat een van de twee het gevecht niet overleefd. Ook als er andere vogels het territorium betreden loopt dit uit in een gevecht.

De roerdomp bouwt zijn nest tussen riet en zeggen. Het bestaat uit plantendelen zoals rietstengels en is bekleed met fijner materiaal. Het wijfje legt 4 ŗ 6 olijfbruine eieren. Ze komen na 25 dagen uit. De jongen verlaten het nest na 15 dagen en kunnen na 50 dagen vliegen. Het mannetje bemoeit zich niet met het grootbrengen van de jongen.

Over het algemeen trekken de roerdompen niet, alleen vanuit de koudste gebieden waar ze voorkomen gaan ze soms richting het zuiden.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Botaurus stellatus
Verspreidingsgebied:
Europa, AziŽ en Zuid-Afrika
Voedsel:
Vis, kleine zoogdieren, amfibieŽn en ongewervelden
Lengte:
70 - 80 cm.
Spanwijdte:
125 - 135 cm.
Status:
Algemeen

Advertentie