Vogels:
Slobeend

Fotograaf: J.M.Garg, Licensie onder: GNU-licentie voor vrije documentatie

De slobeend is te herkennen aan zijn snavel, deze is donker van kleur en van voren spatelvormig verbreed. De woerd heeft een glanzend groene kop, de borst is wit en de buik kastanjebruin (zie foto). Het is de enige zwemeend met een lichtgele iris. De mannetjes verlaten de broedplaats al eind mei begin juni en ruien dan naar het zogenaamde 'eclipskleed'. Dan heeft de woerd lichtere vleugels dan de eend, maar een donkerder rug. In vlucht hebben beide geslachten een blauwe schouder, witte vleugelstreep en groene spiegel. De kop en het lichaam van het wijfje zijn bruin met gespikkelde onderdelen.

De snavel wordt op een typische manier gebruikt voor het uitzeven van voedseldeeltjes uit grote hoeveelheden water. Aan de binnenkant van de snavel bevinden zich talloze kamvormige lamellen, waarachter het voedsel blijft steken als het water er doorheen stroomt. Slobeenden zijn echte alleseters. Ze eten kleine kreeftachtigen, slakjes, insecten, insectenlarven, kikkervisjes en zaden en knoppen van waterplanten als riet, zeggen en algen. Kortom, alles wat in de lamellen blijft hangen wordt opgegeten.

Wat betreft het leefgebied geeft de slobeend de voorkeur aan duinmeren en laaggelegen streken met drassige weiden en kleine, ondiepe, voedselrijke sloten, weilanden en moerassen. Ze komen het gehele jaar voor in het kustgebied. In Nederland komen er enkele tienduizenden exemplaren voor terwijl ze in BelgiŰ tamelijk zeldzaam zijn.

Slobeenden kan je in ons land het gehele jaar waarnemen. De meeste zie je echter vanaf maart tot in de zomer, de minste zie je in de winterperiode omdat dan veel broedparen naar zuidelijkere gebieden zijn getrokken. In het najaar trekken deze vogels naar Zuid-Europa en Noord-Afrika. De broedvogels van Noord-Europa overwinteren in West-Europa. In september verzamelen de Nederlandse broedvogels zich in onder andere het Lauwersmeergebied, het Deltagebied en het rivierengebied.

Het nest is gemaakt van gras, dons en veren en gebouwd op de grond. Het heeft de vorm van een kom. Het vrouwtje legt eind april of begin maart 7 Ó 14 lichtgroene eieren die na ongeveer 25 dagen uitkomen. De jongen verlaten het nest direct na het uitkomen en vertonen al snel tekenen van de ontwikkeling van een enorme snavel. Na 6 Ó 7 weken kunnen ze vliegen.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Anas clypeata
Voedsel:
Garnalen, slakken, insecten, larven en zaden van waterplanten.
Lengte:
circa 51 cm.
Status:
Algemeen

Advertentie