Vogels:
Smient

Fotograaf: Kuribo, Licensie onder: Creative Commons Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0

De smient is makkelijk te onderscheiden van andere eenden. Ze zijn middelgroot en hebben een puntige staart, de vleugels houden hoog op de rug gevouwen. De korte, stompe snavel heeft een zwart puntje op het einde en een hoog voorhoofd. De poten zijn kort en grijs. De woerd (mannetje) heeft een typische kastanjebruine kop met een gele kruin. In vlucht vallen de witte schouders en de groene vleugelspiegels op. Onvolwassen woerden en vrouwtjes missen deze witte schoudervlekken. Ook de donkere, scherp begrensde borst en de witte buik vallen op. De staart is zwart van kleur. Het vrouwtje is (net als bij de meeste eenden) minder opvallend gekleurd: zij is bruin met witte spikkels. Ze is egaler bruin dan andere eenden. Jonge smienten zijn te herkennen aan hun bruine bovendelen en het ontbreken van een duidelijke koptekening. De woerd laat een luid, muzikaal 'u-wieuw' horen, het wijfje maakt een laag snorrend geluid.

De smient geeft de voorkeur aan ondiepe rustige wateren. Ze zijn echter ook bij rivieren en kustmoerassen te vinden. Hun broedgebied spreidt zich uit over IJsland, Schotland, het noorden van Engeland en de brede arctische en subarctische gordel die van Noorwegen tot de beringstraat loopt. In het najaar verplaatsen ze zich naar de zoutwater moerassen aan de kust. `s Winters gaan ze verder het Europese binnenland in waar ze hun voedsel zoeken op graslanden en rusten op plassen. Ze kunnen niet goed tegen vorst, pas in april keren ze terug naar hun broedgebieden.

Smienten zijn typische vegetariŰrs. Anders dan de meeste eenden grazen smienten net als ganzen weilanden af, hoewel ze ook waterplanten eten. Tijdens het grazen kijken de vogels allen in dezelfde richting terwijl de troep langzaam verder gaat. Hun hoge gefluit is dan duidelijk te horen. In Nederland zijn de graslandpercelen erg in trek omdat de oorspronkelijke graasplaatsen (moerassen) door ontginning vaak verdwenen zijn. De vogels grazen ook 's nachts, en slapen overdag op grote wateroppervlakken. Na hun aankomt in de overwinteringgebieden leven de smienten nog van planten op kwelders en van zeegrasvelden. Later in het jaar is meer energierijk eten nodig om te overleven en schakelen ze over op landbouwgewassen. Weidegras bevat voor een smient weinig voedingswaarde. De eenden moeten daarom zo'n vijftien uur per dag grazen. Wanneer ze koolzaad kunnen vinden is 50 gram eten op een dag voldoende. Om op temperatuur te blijven (smienten hebben een lichaamstemperatuur van 40 ░C) moet de soort zo'n 300 gram gras per dag naar binnen zien te werken. Dat is zo'n 50% van zijn lichaamsgewicht dat dus ongeveer 600 gram bedraagt.

Het nest wordt bij voorkeur gebouwd op eilandjes in het water. Het is een ondiep kuiltje van bladeren, gras en dons dat zo veel mogelijk verscholen ligt onder graspollen of struiken. In de periode april- juni (afhankelijk van het gebied) legt het vrouwtje 7 Ó 9 eieren die het vrouwtje alleen bebroedt. Na ongeveer 25 dagen komen ze uit. Na 6 weken kunnen de jongen al vliegen. Na de broedtijd trekken de smienten in groepen van soms wel honderden vogels richting riviermondingen.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Anas penelope
Verspreidingsgebied:
N-Europa en AziŰ
Voedsel:
Voorn. gras en groene planten
Lengte:
Circa 45 cm.
Spanwijdte:
Circa 81 cm.
Gewicht:
circa 600 gram
Status:
Algemeen

Advertentie