Vogels:
Sperwer

Fotograaf: Thermos, Licensie onder: Creative Commons Naamsvermelding-Gelijk delen 2.5

Het mannetje van de sperwer is aan de bovenkant grijs en is aan de onderkant roodbruin gestreept, hij is iets groter dan een merel. Het vrouwtje is op de borst en aan de onder kant van de veren dwars gestreept (zie foto), zij is aan de bovenkant bruiner en heeft een lichte streep boven het oog die het mannetje over het algemeen niet heeft.

De sperwer heeft zich met zijn korte ronde vleugels en lange staart duidelijk aan het leven in het bos aangepast. Hij kan met de korte vleugels gemakkelijk tussen de bomen door vliegen. Tijdens de vlucht wisselt hij snelle vleugelslagen af met korte zweefperioden.

De sperwer heeft een voorkeur voor bossen en bosjes in halfopen landschap. Ook kleine bossen, minder dan 10 ha, worden niet gemeden. Opvallend is ook de toename in stedelijke gebieden. Door de vele voederhuisjes in stadstuintjes (waar dus veel andere vogels op af komen) vindt hij genoeg prooien.

Bij het jagen gebruikt de sperwer meestal een verassingtechniek, soms pakt hij zijn prooi echter ook door een snelle aanval waarbij hij zijn hem in zijn wendingen op de voet volgt. De prooi kan alleen ontsnappen als deze in dicht struikgewas weet te komen. Soms zijn sperwers te zien als ze boven een bos zweven opzoek naar een zwerm vinken. Vogels als mezen worden tijdens hun vlucht gegrepen. Als ze zijn gevangen wordt de prooi eerst geplukt. Het mannetje vangt vogels die niet groter zijn dan een mus, het vrouwtje pakt grotere vogels, bij haar staan soms zelfs duiven op het menu. Ook worden een enkele keer muizen en insecten gegeten.

Sperwers paren in vroeg in april. Tijdens de balts zie je de sperwers 's morgens heel vroeg boven de boomkruinen vliegen waarbij ze in de opwaartse luchtstromen zweven. Het nest wordt dicht tegen de stam van de boom aangebouwd (meestal naaldbomen). het wordt voornamelijk door het vrouwtje gemaakt terwijl het mannetje het materiaal zoekt. Soms wordt als basis een oud nest van Houtduif of Zwarte Kraai gebruikt. De sperwer voert het nieuwe nest met dons, twijgen en schors. Het vrouwtje legt eind april of begin juni 1Ó 7 ronde, blauwachtig witte, donkerbruin getekende eieren. Deze komen in 35 Ó 52 dagen uit. De spierwitte jongen groeien erg snel en kunnen al na 35 dagen vliegen. Wanneer ze het nest definitief verlaten hebben de onvolwassen vogels een donkerbruine bovenzijde en vaak roestkleurige randen aan de veren. De dwarsstrepen op de buik zijn breder en onregelmatiger dan bij volwassenen. Op de hals en het bovenste gedeelte van de borst zijn horizontale strepen te zien.

De volwassen sperwers in ons land zijn over het algemeen standvogels, soms trekken ze iets naar het zuiden. De jonge dieren trekken wel, zij overwinteren in Frankrijk of Spanje. `s Winters zijn hier ook veel vogels uit noordelijkere gebieden te vinden.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Accipiter nisus
Verspreidingsgebied:
Europa, palearctisch Azie, Noordwest-Afrika
Voedsel:
Hoofdzakelijk kleine vogels, soms ook kleine zoogdieren en insecten.
Lengte:
28 - 38 cm.
Spanwijdte:
60 - 75cm.
Gewicht:
130 - 320 gram
Status:
Algemeen

Advertentie