Vogels:
Vinken

Fotograaf appelvink: Slawomir Staszczuk, Licensie onder: GNU-licentie voor vrije documentatie

De vinken behoren tot de familie van de musachtigen. Behalve in AustraliŰ en in de poolgebieden komen ze overal op aarde voor. Ze voelen zich verder thuis in alle soorten gebieden, bosrijke streken, kustgebieden, steppen, woestijnen en steden.

In noordelijke streken zijn het trekvogels, in warmere gebieden standvogels. Ze leven samen in groepen behalve wanneer ze op zoek zijn naar een nestplaats. Hun broedplaats verdedigen ze tegen soortgenoten met hun leven.

De meeste soorten broeden tweemaal per jaar, in goede zomers zelfs driemaal. Allemaal bouwen een kunstig nest. Het ziet er uit als een bol en het heeft aan de bovenkant een opening. Het nest is stabiel gebouwd en van binnen goed bekleed.

Alle vinken kunnen goed vliegen. Op de grond kunnen ze ook goed uit de voeten en het zijn daarnaast ook nog eens goede klimmers. Enkele soorten, zoals bijvoorbeeld de kanarie, zijn goede zangers en ze worden dan ook vaak als huisdier gehouden.

Een typische vertegenwoordiger van de familie van de vinken is de boek- of schildvink. Deze soort is ongeveer 15 cm lang. Het mannetje heeft een mooi verenkleed. De kop is blauwgrijs, de rug is bruin, de vleugels zijn grijswit gevlekt. De staartveren zijn grijs, aan de linker- en rechterzijde hebben ze een witte veer als omlijsting. (zie foto) De vrouwtjes zijn gewoon bruingrijs, maar ook zij hebben aan de vleugels een witte band.

Boekvinken eten zaadjes. Om hun jongen te voeren vangen ze echter insecten, in de zomer eten ze die zelf ook. Op het menu staat ook onkruidzaad, vandaar dat ze als nuttig beschouwd worden.

Boekvinken hebben veel vijanden zoals katten en roofvogels. De hierdoor veroorzaakte daling in aantal wordt weer opgeheven door het grote aantal nakomelingen.

Bij ons komt de groenling of groenvink voor. Hij is gemakkelijk te herkennen aan zijn olijfgeelgroene verenkleed. Hij is ongeveer 15 cm lang en woont in gebieden met een wisselende vegetatie (met bomen, struiken en grasvlakten)

De putter, ook distelvink genoemd, is met zijn 12 cm net iets kleiner. Het is een rusteloze vogel die niet lang op ÚÚn plaats blijft zitten. Zijn voedsel bestaat uit zaden van verschillende bomen, en verder vindt hij distels en klissen ook lekker (vandaar zijn naam distelvink)

Andere vinken zijn de keep, het sijsje, de goudvink (bloedvink), de gors en de appelvink.

 

 
Aalscholver
Ara
Bontespecht
Buizerd
Condor
Dodaars
Eenden  
Flamingo
Fuut
Gieren
Grutto
Havik
IJsvogel
Jan-van-gent
Kemphaan
Kievit
Kluut
Kookaburra
Kolibrie
Kraanvogel
Lepelaar
Leeuwerik
Meerkoet
Mezen  
Ooievaar
Papegaaiduiker
Pingu´ns  
Quetzal
Steenarend
Strandplevier
Roerdomp
Scholekster
Sperwer
Stern
Struisvogel
Toekan
Tureluur
Uilen  
Valken  
Vinken  
Vlaamse gaai
Waterhoen
Wulp
Zwanen  
 

Contact
Disclaimer
ę Copyright