Vogels:
Wilde eend

Fotograaf: Alan D. Wilson, www.naturespicsonline.com, Licensie onder: Creative Commons Naamsvermelding-Gelijk delen 2.5

De wilde eend komt in Nederland in bijna ieder park wel voor. Veder behoren ook weilanden, akkers, moerassen en meren tot hun leefgebied. De woerd heeft een glanzend groene kop, een witte halsband, een kastanjebruine borst en gekrulde zwarte veren aan de staart. Met zijn ruime halve meter is hij in onze streken de grootste grondeleend. De eend heeft een groengele snavel en een paarsblauwe spiegel. Tijdens de najaarsrui onderscheidt de woerd zich door zijn gele snavel van de eend. Veel exemplaren tonen opvallende kleurafwijkingen door vermenging met gekweekte vormen en zijn soms moeilijk te herkennen.

In de steden en parken komen de wilde eenden vaak bedelen om brood, in natuurgebieden is het echter een zeer schuwe vogel. De wilde eend kan met krachtige vleugelslag recht uit het water opstijgen. Zijn van vliezen voorziene zwempoten staan ver naar achteren, zodat hij zich op het land schommelend voortbeweegt. Het wijfje maakt het kwakende geluid dat de mens met eenden associeert. De woerd heeft soms echter ook een zachte, hees klinkende roep, met name als hij gealarmeerd is. Tijdens het vliegen hoor je het fluitende vleugelgeluid.

Op het menu staat allerlei klein plantaardig en dierlijk materiaal zoals algen en zoetwatergarnalen. Ze zeven hun voedsel met hun platte snavel uit het water. Soms zoeken ze voedsel ook op stoppelvelden.

Wilde eenden zijn over het algemeen geen standvogels, in tegenstelling tot wat velen zouden denken. De mannetjes trekken al in mei-juni naar hun ruigebieden, de vrouwtjes en jongen in juliaugustus. Broedvogels uit onze streken trekken echter niet ver. In oktoberdecember arriveren hier grote aantallen eenden uit ScandinaviŰ en Noordwest-Rusland.

Bij het gemeenschappelijk baltsvertoon trekt de woerd zijn kop in en slaat vaak met zijn snavel op het water. Ook jagen de woerden in de lucht achter de vrouwtjes aan. Het nest wordt gebouwd van plantendelen die later worden bedekt met dons. Meestal is het goed verborgen. Het bevindt zich over het algemeen op de grond of tussen de wortels van bomen die langs het water staan. Het vrouwtje legt er eind maart of in april 7 Ó 12 lichtgroene eieren in, deze komen na ca. 4 weken uit. De jongen worden door hun moeder grootgebracht en kunnen na 2 maanden al vliegen, vanaf dat moment zijn ze zelfstandig.




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Anas platyrhynchos
Verspreidingsgebied:
Voorn. Noord-Amerika, AziŰ en Europa.
Voedsel:
klein plantaardig en dierlijk materiaal
Lengte:
50 - 62 cm.
Spanwijdte:
90 - 98 cm.
Status:
Algemeen

Advertentie