Vogels:
Zomertaling

Fotograaf: J.M.Garg, Licensie onder: GNU-licentie voor vrije documentatie

Het mannetje van de zomertaling (zie foto, buitenste 2 dieren. Middelste is een andere vogelsoort) heeft blauwgrijze voorvleugels, een witte buik, een brede witte wenkbrauwstreep en bruine kop. Het vrouwtje is grijzer en heeft een minder opvallende oogstreep dan de woerd. Ze heeft grijsbruine vleugels en onduidelijke spiegels (vlekken).Tijdens de rui die na de broedtijd plaatsvindt, waarbij de woerd het eclipskleed krijgt, kan hij een kleine maand niet vliegen. Hij lijkt dan sterk op het wijfje. Pas wanneer de jongen vrijwel zelfstandig zijn ruit het vrouwtje.

Zomertalingen zijn erg schuw en worden dan ook meestal alleen gezien als ze verschrikt opvliegen. Het mannetje maakt een raspend geluid.

Zomertalingen zijn broedvogels van drassige graslanden, brede oevers van ondiepe wateren en andere moerassige gebieden met veel water- en oeverplanten. Het nest bevindt zich in dichte kruidenvegetatie of in een graspol.

De zomertalingen verzamelt zijn voedsel door met zijn snavel of zelfs de gehele kop onder water te zwemmen, door te grondelen en soms ook door het voedsel van het wateroppervlak te pakken. Op het menu staan allerlei larven, waterkevers, schietmotten, muggen, waterslakken, wormen en het legsel van vissen en kikkers. Daarnaast eten ze ook allerlei plataardig materiaal zoals wortels, knoppen, bladeren en vruchten van fonteinkruid en waterlelie.

Het baltsvertoon van de zomertaling is uniek voor dit soort eenden, de woerd gooit daarbij zijn kop achterover. Het vrouwtje legt 8 ŗ 11 eieren die bruinachtig wit van kleur zijn en na circa 3 weken uitkomen. Als de jongen ongeveer 6 weken oud zijn kunnen ze vliegen. De kuikens zijn te herkennen aan de streep die van de ondersnavel voor het oog naar de oogstreep loopt.

Zomertalingen zijn in ons land aanwezig van maart tot en met septembernovember; dan gaan ze naar hun overwinteringgebieden in het zuiden van de Sahara




Heb je hier niet kunnen vinden wat je zocht of heb je na het lezen van de informatie nog vragen?
Stel je vraag gerust op het het forum!

Wetenschappelijke naam:
Anas querquedula
Verspreidingsgebied:
Voorn. O-Europa, ScandinaviŽ, West AziŽ. Winter: ook Afrika, N-India en ZO-AziŽ.
Voedsel:
Garnaaltjes, slakken, insecten en larven en zaden van waterplanten.
Lengte:
Circa 50 cm.
Status:
Algemeen

Advertentie